Op 16 maart verordonneerde president Emmanuel Macron de Fransen hun contacten en verplaatsingen tot het ‘strikt noodzakelijke’ te beperken. Een dag later, op dinsdag 17 maart om klokslag 12 uur, was de confinement van de Fransen een feit. Wie de lockdown binnen een maand tijd meer dan drie keer schendt, begaat een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat.

Op 23 maart riep de Franse regering met instemming van het parlement de medische noodtoestand uit. Daarmee werd de opsluiting van de Fransen ook juridisch bezegeld. Zonder tussenkomst van het parlement, dat zichzelf met het oog op een efficiënte crisisbestrijding tijdelijk buitenspel heeft gezet, kan de regering de vrijheid van burgers per decreet radicaal inperken.

Het ‘uitzonderingsrecht’ dat in het kader van de medische noodtoestand is ingevoerd, geeft extra bevoegdheden aan de politie. Normaliter mogen politieagenten alleen iemand controleren als er een gegrond vermoeden bestaat dat diegene de wet overtreedt. Dat is komen te vervallen: agenten mogen nu controleren wie ze maar willen. Iedereen is een potentiële overtreder...

...Het gaat me niet om de autoritaire en gebiedende toon – in Frankrijk is de politie nu eenmaal niet je beste vriend. Zorgelijker is dat politieagenten zo vaak hun boekje te buiten gaan. In het beste geval is het onwetendheid en kennen de agenten de noodwetten die ze moeten handhaven niet. In het ergste geval is het onversneden machtsmisbruik. Gevoelsmatig is Frankrijk veranderd in een politiestaat.

Ten diepste zijn de Fransen een gezagsgetrouw volk. Meer dan bijvoorbeeld Nederlanders en Britten snakken de Fransen naar zekerheid en regulering. Ze zijn ook banger voor het coronavirus. De Franse regering heeft nadrukkelijk op die angst ingespeeld. ‘We zijn in oorlog’, zei Macron tot vijf keer toe. Een oorlog met een onzichtbare vijand weliswaar, maar een vijand niettemin. En in oorlogstijd is alles geoorloofd. Zelfs, zo blijkt, een vrijheidsbeperking die drastischer is dan toen de oorlog echt was en de vijand zichtbaar...

De Franse regering, zo schreef Le Monde in een hoofdredactioneel commentaar, deed het voorkomen alsof er een absolute keuze moest worden gemaakt tussen vrijheid en gezondheid. Wie tegen de ultrastrenge lockdown was, was in de beeldvorming in feite tegen de volksgezondheid. Dat is een valse tegenstelling: in andere Europese landen als Nederland en Zwitserland is de strijd tegen het virus met veel minder beperkende maatregelen minstens zo succesvol gebleken.

Komende week stemt het parlement hoogstwaarschijnlijk voor een verlenging van de medische noodtoestand tot 24 juli. Ondertussen heeft de Constitutionele Raad, die toetst of wetten in overeenstemming zijn met de grondwet, nog altijd geen uitspraak gedaan over de grondwettelijkheid van de verstrekkende maatregelen die in het kader van die noodtoestand zijn ingevoerd.

Bovendien valt te vrezen dat sommige beperkingen die nu gelden als ‘uitzonderingsrecht’ binnenkort geen uitzondering meer zijn, maar de nieuwe regel. De recente geschiedenis voorspelt weinig goeds. De noodtoestand die in 2015 werd afgekondigd in reactie op de terreuraanslagen in Parijs, werd maar liefst zes keer verlengd. Toen die noodtoestand in 2017 eenmaal werd afgeschaft, waren extra politiebevoegdheden als huiszoekingen bij mensen die nergens van worden verdacht inmiddels via andere wetten in het wetboek verankerd.

Alles bij de bron; Volkskrant [long-read]


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha