Niemand houdt bij hoeveel onschuldigen er blijven hangen in de vangnetten van de fraudebestrijdingssystemen die door steeds meer overheidsinstanties worden gebruikt. Die resultaten worden nergens geregistreerd. Daardoor is de belangrijkste maatstaf voor eventuele privacyschendingen, proportionaliteit, eigenlijk onbruikbaar.

Vorige maand ontstond ophef over een nieuwe wet die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de mogelijk biedt tientallen gegevens van burgers te gaan koppelen. Ook de praktijk van de Belastingdienst om de kentekenregistraties van de politie te gebruiken om fraudeurs te betrappen, riep vragen op. 

De verhouding tussen vangst en bijvangst is voor geen enkel datakoppelingssysteem bekend, blijkt uit een rondgang langs fabrikanten van software en instanties die deze gebruiken. De vraag is nu hoe groot die verhouding precies is.

Bij het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat niet bekend te zijn. Het Systeem Risico Indicatie (SyRI) en zijn voorloper, de zogeheten black box, houden niet bij hoeveel mensen er in het vangnet belanden, en dus ook niet wat de bijvangst is. De Belastingdienst weet evenmin hoe bruikbaar de kentekenregistraties precies zijn. Jaarlijks krijgen enkele duizenden leaserijders een naheffing, maar de Belastingdienst houdt niet bij welk bewijsmateriaal daarvoor wordt gebruikt.

Fraudebestrijding geniet brede politieke en maatschappelijke steun en dus voelen veel overheidsinstanties grote druk om iets te doen maar de wildgroei aan systemen is een reden tot zorg, zegt Hans Berkhout van het Regionaal Centrum Fraudebestrijding Haaglanden die eerder zelf dergelijk software heeft helpen ontwikkelen.

Alles bij de bron; Volkskrant [Thnx-2-Niek]

 

 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha