DNA

De politie is een proef gestart met een mobiel forensisch lab. Daarmee kan binnen enkele uren een DNA-profiel door het NFI worden geanalyseerd en door de DNA-databank worden gehaald.

Normaal duurt dat proces zo’n twintig dagen, aldus de politie. DNA-materiaal dat op een plaats delict is aangetroffen, wordt naar een politiebureau gebracht, opgeslagen en uiteindelijk samen met sporen uit andere zaken naar het NFI gebracht. Dankzij de apparatuur in de FIV-bus kunnen de sporen direct digitaal naar het NFI worden verzonden. Binnen enkele uren is dan bekend of een spoor aan een persoon in de databank kan worden gekoppeld.

Achterliggende gedachte is dat hoe sneller de politie sporen kan onderzoeken en analyseren na een misdrijf, hoe sneller verdachten kunnen worden aangehouden. De proef LocalDNA draait in Amsterdam en Midden-Nederland.

Alles bij de bron; Beveiliging


 

De Politie Limburg is een nieuwe proef gestart waarbij het dna-materiaal vaker en sneller wil inzetten om inbrekers en straatovervallers op te sporen. Voor de proef 'Snelle DNA-straat' wordt samengewerkt met Eurofins-TMFI uit Maastricht.

Het bedrijf, dat al met en voor de politie werkt, heeft samen met het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een werkproces ontwikkeld om meer, sneller en vaker dna-sporen in te zetten. Het is de bedoeling dat de analyse binnen 72 uur is afgerond en de dna-sporen in de databank van het NFI zijn opgenomen.

De politie laat weten dat het om dna-sporen van "high impact crimes" gaat, zoals woninginbraken, straatroven en overvallen. De proef duurt in principe drie jaar. In die periode wordt het werkproces getoetst en verder doorontwikkeld.

Alles bij de bron; Security


 

Het Leuvense onderzoekscentrum Imec heeft software ontwikkeld die dna-stalen in minder dan zes uur kan analyseren in plaats van twee dagen. Een doorbraak in big-data-gebaseerde dna-analyses.

Dankzij de nieuwste versie van de software kunnen de gigabytes aan data uit dna-stalen nu in enkele uren tijd informatie opleveren over mogelijke genetische afwijkingen. Dat is volgens Imec acht tot zestien keer sneller dan met de meest gangbare software.

Dna-analyse bestaat ruwweg uit twee delen. Ten eerste het omzetten van een fysiek dna-staal in een digitale reeks ‘letters’ waaruit het dna is opgebouwd. Ten tweede het analyseren van die digitale dna-gegevens om bijvoorbeeld te kijken of er genetische afwijkingen in optreden. Het is een complex proces wat veel rekenkracht en big-data-analysemethodes vraagt.

De kosten van dna-analyses daalde de voorbije tien jaar al significant. Maar de doorlooptijd, tot 48 uur voor een volledig genoom, bleef een struikelblok. Die tijd herleiden tot minder dan zes uur is dan een hele stap voorwaarts.

Alles bij de bron; Computable


 

Het Amerikaanse bedrijf Parabon heeft een technologie ontwikkeld waarmee het aan de hand van dna-materiaal een compositietekening van de verdachte kan schetsen. De techniek wordt Snapshot genoemd en is gebaseerd op algoritmes die via dna-materiaal en gezichtsfoto's zijn getraind. 

Manfred Kayser, hoogleraar forensische moleculaire biologie van de Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, noemt Snapshot in het gerenommeerde wetenschappelijke blad Nature problematisch. De werking van de technologie is namelijk niet door Parabon openbaar gemaakt. Hij ontwikkelde in 2011 een test genaamd IrisPlex (pdf) om aan de hand van dna-materiaal de oogkleur te voorspellen. Sindsdien is de test uitgebreid om ook haarkleur en textuur vast te stellen. De Nederlandse politie besloot Kaysers technieken te gebruiken nadat die in de wetenschappelijke literatuur waren behandeld, zo laat Nature weten.

Parabon is het niet met de kritiek van Keyser en andere wetenschappers eens. Oprichter Steven Armentrout. "We houden ons niet bezig met het schrijven van onderzoeksrapporten. De resultaten spreken voor zichzelf", die hiermee op de tevredenheid van politiekorpsen doelt.

Begin dit jaar presenteerde minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een ontwerpbesluit dat justitie de mogelijkheid moet geven om uit de dna-sporen van een verdachte of slachtoffer zijn huidskleur af te leiden. Op dit moment mag al worden afgeleid wat de kleur van de ogen en haren zijn, alsmede ras en geslacht.

Alles bij de bron; Security


 

Tegenlicht-regisseur Roland had een moeder met schizofrenie en is nieuwsgierig of hij een erfelijk risico met zich meedraagt. Hij laat zijn eigen DNA testen, wat iedereen tegenwoordig kan doen via grote techbedrijven als 23andMe en Ancestry.com, en gaat langs bij vermaarde DNA-wetenschappers om erachter te komen wat een DNA-test je kan vertellen.

Hij besluit bij het Nederlandse bedrijf Igene zijn DNA te laten testen. Hij praat met Jaap Goudsmit en Fransje van der Waals, een wetenschappelijk artsenkoppel dat onderzoek verricht naar de betrouwbaarheid van DNA-testen.

Roland krijgt de resultaten van zijn test te horen bij de Vrij Universiteit Amsterdam (VU), die beschikt over een gezaghebbend DNA-onderzoeksteam onder leiding van geneticus Danielle Posthuma. Zijn genetisch risicoprofiel onthult veel, maar wat zegt het precíes?

Alles bij de bron; VPRO Tegenlicht


 

Na de VS denkt ook Nederland aan forensisch gebruik van dna-profielen uit publieke databanken. Het gebruik van publieke dna-databanken bij het achterhalen van de identiteit van onbekende verdachten heeft voor een golf van opwinding in de forensische wereld gezorgd, maar is ook controversieel want het roept verschillende ethische en maatschappelijke vragen op. 

De zogenoemde recreatieve genetica, of ‘pret-dna-test’, heeft in de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Inmiddels zitten miljoenen dna-profielen in dergelijke databanken.  Deze profielen en de bijbehorende informatie zijn nu dus ook relevant geworden voor de opsporing.

Het principe van deze opsporingsmethode is eigenlijk simpel. Als iemands dna-profiel in een publiek toegankelijke dna-databank zit, met naam en toenaam, dan zit niet alleen het dna-profiel van deze persoon in de databank, maar in feite ook van alle eerste- en tweedegraads familieleden, en soms ook (afhankelijk van de uitgebreidheid van de test) van alle derdegraads-familieleden. 

Momenteel wordt door de minister van Justitie en Veiligheid verkend of we deze technologie willen en kunnen implementeren in de Nederlandse opsporing. De grootste hobbel bij deze toepassing wordt juist gevormd door de maatschappelijke en ethische aspecten ervan.

Een van de issues die voortdurend naar voren wordt gebracht is de kwestie van ‘informed consent’ (‘geïnformeerde toestemming’). De waarde van de databank bij forensisch onderzoek is dat die onmiddellijk naar verwanten leidt die zelf geen weet hebben van het feit dat zij in een opsporing ingesloten zijn. Met andere woorden, zonder dat die persoon of zijn familieleden zich daarvan bewust zijn, wordt het informed consent dat door de persoon in kwestie verleend wordt, eigenlijk ook het informed consent van zijn familie gemaakt...

...Het moge duidelijk zijn dat de huidige commerciële dna-databanken niet onder toezicht van Justitie staan. Bij gebruik van die data voor de opsporing is er dus spraken van een ‘repurposing’ van persoonlijke gegeven; die worden gebruikt voor een ander doel dan waar zij voor bedoeld waren. Burgers die geïnteresseerd zijn in hun persoonlijke afkomst of in hun genetische gesteldheid, kunnen onmogelijk overzien wat een opsporingsonderzoek betekent en wat het voor praktische consequenties kan hebben voor het leven van hun verwanten. In plaats van het ‘informed consent’ als strohalm te nemen om de privacy van burgers te schenden, dient de overheid, misschien juist in deze tijden, de burger tegen zichzelf te beschermen.

Alles bij de bron; NRC [long-read]


 

John Crombez heeft een wetsvoorstel klaar om standaard een DNA-staal af te nemen bij slachtoffers van seksueel geweld. Ook zonder dat die slachtoffers een klacht indienen, zou een staal worden afgenomen.

Nu is het nog aan een magistraat van justitie om een DNA-staal te vorderen als er een onderzoek loopt naar een aanranding of een verkrachting. Maar Crombez wil dat zo’n staal standaard wordt afgenomen, tenminste als het slachtoffer schriftelijk toestemt. Ook kan een magistraat wel nog een staal weigeren, maar dan moet er een goede reden worden gegeven. “Het doel van de wet is dat er veel meer daders van verkrachting worden gevat en veroordeeld.” 

Alles bij de bron; VRTNieuws


 

China legt een gigantische database aan met daarin het DNA van alle 700 miljoen Chinese mannen en jongens. Al sinds 2017 is de politie er bezig om van iedereen - vrijwillig, zegt de overheid - een DNA-staal te nemen. 

De databank is volgens Peking nodig om de criminaliteit beter te kunnen bestrijden en daders sneller te kunnen vatten. Waarnemers beschouwen het vooral als een nieuwe stap in het nu al indrukwekkend hightech controleapparaat dat de Chinese overheid bouwt om zijn inwoners in de gaten te houden.

Peking krijgt daarbij hulp uit Amerikaanse hoek. Het bedrijf Thermo Fisher uit Massachusetts heeft een miljoenendeal met de Chinese overheid gesloten om een grote hoeveelheid DNA-testkits te leveren aan de Chinese politie om de testen te doen. Verschillende Amerikaanse politici hebben het bedrijf daarover geïnterpelleerd, maar volgens Thermo Fisher is er niets illegaals aan de verkoop.

Mensenrechtenbewegingen roeren zich intussen ook in het debat. Ze vrezen dat China via die DNA-database de etnische en religieuze minderheden nog strakker onder controle zal proberen te krijgen. 

Alles bij de bron; Nieuwsblad [Thnx-2-Luc]


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha