Via een complex web van internetkabels, routers, servers, computers en software delen we onze meest intieme gedachten en ontboezemingen. En op al die nodes, interfaces en netwerken romen de geheime diensten onze gegevens af. Via geautomatiseerde systemen worden miljoenen interacties per minuut geanalyseerd, gefilterd en opgeslagen in grote serverfarms. Dat is een groot probleem.

Want om te beginnen: ook een beslissing van een computer zonder tussenkomst van een mens kan vergaande gevolgen hebben. Een bank kan een kredietaanvraag weigeren worden zonder dat er een mens aan pas komt. Of binnen de context van geheime diensten: het systeem kan volledig geautomatiseerd beslissen om je te plaatsen op de lijst van mensen die ondervraagd moeten worden als ze willen vliegen.

Bovendien: het product van al die analyses komt uiteindelijk toch bij een mens terecht. Bij de verkeerde zoekopdracht – “snelkookpan” en “spijkers” – gaan de signalen op rood en wordt het verkeer gerouteerd naar een speciale afdeling voor verdere analyse. Bij die speciale afdeling kan een analist nog een keer rustig naar de zoekopdrachten kijken, en die naar hartelust combineren met mails, websitebezoek, leeftijd, adres, beroep, informatie over gezin, vrienden, etc.

En met alle computers gaat dat afluisteren superefficiënt en effectief. Waar vroeger het aantal spionnen de bovengrens van het aantal taps bepaalde, kan nu iedereen worden afgeluisterd en binnen milliseconden worden geanalyseerd. Daarbij vergeten computers niet welke website je negen maanden geleden bezocht.

Dat Stasiofficier Gerd Wiesler van Das Leben der Anderen niet met ieder gesprek meeluistert maakt het niet minder erg: afluisteren is afluisteren – zonder of mét computer.

Alles bij de bron; BoF