Het gerecht heeft vorig jaar 60.095 keer bel- en internetgegevens opgevraagd bij de telecomoperatoren. Dat is een derde meer in vijf jaar tijd: in 2011 deed het gerecht dat maar 42.867 keer. Het gerecht probeerde vorig jaar vooral in kaart te brengen met wie een verdachte belde (32.305 keer), of om het gsm-verkeer rond een zendmast te analyseren (23.209 keer).

In real time telefoonverkeer traceren gebeurde vorig jaar 2.086 keer. Het traceren van internetverkeer gebeurde opvallend minder: 472 keer in 2015 tegenover 855 in 2011. 

Philippe Van Linthout, de voorzitter van de vereniging van onderzoeksrechters, ziet verscheidene redenen waarom het gerecht zo vaak telecomgegevens moet opvragen. "Het lukt sowieso niet vaak om telefoongesprekken tussen verdachten af te luisteren. Criminelen, zoals terroristen of drugsbendes, weten wel beter: ze bellen niet meer met elkaar."

Alles bij de bron; HLN [Thnx-2-Luc]