De AVG beschermt de privacy van kinderen onvoldoende. Daarom zijn aanvullende regels nodig. Dat concludeert de Consumentenbond, die de positie van deze kwetsbare groep in de wet liet onderzoeken. 

Hoewel de AVG voorschrijft dat platforms ‘specifieke bescherming’ moeten bieden aan kinderen, laat de wet grotendeels in het midden hoe ze dat precies moeten doen. Slechts 2 artikelen in de wet gaan over dit onderwerp. En daarin staat alleen iets over de ouderlijke toestemming. En de verplichting van platforms om duidelijk te zijn over welke persoonsgegevens ze verzamelen en hoe ze die verwerken. 

‘Volstrekt onvoldoende,’ vindt Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond. ‘De ouderlijke toestemming is meestal kinderlijk eenvoudig te omzeilen. Bovendien kun je van kinderen niet verwachten dat ze kunnen overzien wat de gevolgen zijn van hun toestemming voor het verzamelen van hun gegevens.’ 

Dat de wet onvoldoende bescherming biedt, blijkt wel uit een steekproef bij Facebook, Instagram, TikTok, Snapchat en Youtube. Al deze platforms verdienen juist aan het profileren van kinderen en het tonen van gepersonaliseerde reclame. 

‘Wat ons betreft zouden van kinderen helemaal geen marketingprofielen gemaakt mogen worden. Bedrijven kunnen prima adverteren rondom content die voor kinderen is bestemd. Maar zolang ze niet volwassen zijn, is profileren en persoonlijk adverteren uit den boze. Daarom zijn extra regels nodig. En daar moeten het Europese samenwerkingsverband van toezichthouders (de EDPB) en de AP voor zorgen.’

Alles bij de bron; Consumentenbond


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha