Een mens is meer dan een verzameling gegevens die bewust of onbewust afgestaan, worden al jaren grootschalig digitaal opgeslagen en getransporteerd via het internet.

Klassieke statistische technieken dan wel deep learning-methoden uit de kunstmatige intelligentie zijn steeds beter in staat om in die gegevensbestanden patronen te herkennen en samenhangen te identificeren, waardoor analyse en extrapolatie mogelijk worden. Dat biedt spectaculaire kansen, maar roept ook angstaanjagende visioenen op van een wereld waarin individuele privacy een achterhaalde luxe zal zijn.

In het coalitieakkoord staat: „We geven mensen [...] regie over hun eigen data.” Dat is een loffelijk streven. Maar wat zou daarvoor nodig zijn?

Allereerst een data-infrastructuur in de vorm van een digitale kluis waarin iedereen zijn persoonlijke gegevens veilig (versleuteld) op kan bergen. De toegang tot de kluis moet exclusief voorbehouden zijn aan daartoe door de eigenaar gemachtigde partijen, die op contractueel vastgelegde voorwaarden een deel van de data (al dan niet geanonimiseerd) mogen benutten. Die data moeten bij voorkeur ter plekke worden geanalyseerd, zodat ze niet gaan circuleren op het internet; dan is er veel minder risico op misbruik.

Het goede nieuws is dat een dergelijke infrastructuur inmiddels technisch is ontwikkeld. Hij werd ontwikkeld voor de gezondheidszorg om de chaos rond de elektronische patiëntendossiers te bezweren. 

Nu al deze technische problemen goed oplosbaar blijken te zijn, is het moment aangebroken om deze structuur breder toe te passen. Informatie over ieders zoekgedrag op internet zou immers ook een veilige plek in deze digitale kluis verdienen, evenals andere net zo vertrouwelijke internetinformatie over aankopen, verplaatsingsgedrag, maatschappelijke belangstellingen, politieke interesses en nog veel meer. 

Alles bij de bron; NRC


 


Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief!