...In Life After Privacyvan de Vlaams-Amerikaanse hoogleraar filosofie Firmin Debrabander lees ik dat in 2017 voor het eerst meer auto’s het mobiele netwerk gebruikten dan telefoons. Fun fact, of juist niet?

De informatiemaatschappij wordt steeds meer utopie en dystopie tegelijk. Debrabander legt uit dat ik niet de enige sucker ben. De consument is niet in staat om z’n privacy te beschermen. We doorzien ook niet wat er met onze informatie gebeurt, waaróm die precies verzameld wordt. De burger als radertje in de informatiemaatschappij legt het af tegen Big Tech. Wat je in ruil krijgt voor je gegevens, is te interessant of gewoon te handig. Zolang zo’n digitale dienst voelt als een spel, de voordelen groot en onmiddellijk zijn en we niet het gevoel hebben te worden bespied – worden we bespied. Later ontdek je waarom.

Privacy is niet bedreigd, het is al uitgestorven, schrijft Debrabander. Nieuwe digitale mogelijkheden ontwikkelen zich met de snelheid van het licht – en de burger kan het allemaal krijgen. Life After Privacy schetst de ultieme surveillancesamenleving. En stelt ongemakkelijke vragen. Is privacy wel zo belangrijk en waardevol, gezien het gemak waarmee we er afstand van doen? Burgers verwachten veelal geen privacy meer of hebben er lage verwachtingen van. Ze delen vaak al via publieke sociale media hun hele leven. De digitale burger verwacht, nee eist, dat dienstverleners ons zo goed kennen dat ze je belastingbiljet kunnen voor-invullen. En je voorkeuren precies voorspellen.

We belanden in een alwetende omgeving, waarin sensoren adviseren, voorspellen, punten toekennen, kans- en risicoprofielen samenstellen. Iedereen vlooit onze privé-data uit. Debrabander vindt het verlies van privacy geen onmiddellijke tragedie. Net als de Netflix-documentaire Coded Bias, laat hij zien hoe de VS en China gelijk opgaan als datasurveillance maatschappijen. Waarbij in Amerika het bedrijfsleven de drijvende kracht is en in China de eenpartijstaat.

Ik prijs me dan gelukkig dat de Europese Commissie onlangs voorstelde voorspellende algoritmen aan banden te leggen. Biometrische systemen als gezichtsherkenning zouden in de publieke ruimte verboden moeten zijn. Net als sociale kredietscores, die gedrag beoordelen of op basis van (voorspelde ) kenmerken beslissingen nemen of voorbereiden. Ook het volgen van willekeurige personen in de publieke ruimte zou niet moeten kunnen. En er moet onafhankelijk toezicht komen op algoritmen.

Had dat er overigens niet allang moeten zijn? Het is niet zo’n unieke observatie, maar technologie grijpt diep in, het gebruikt en versterkt onze zwakheden. Zie de sociale media waar velen zich gedragen alsof ze alleen op de wereld zijn en onzichtbaar, in een eigen safe space.

En tegenspraak weren als ‘onveilig’ – niemand wordt er uitgedaagd, gevoed met andere inzichten en zo gevormd tot een politiek en staatkundig volwassen burger die een dialoog aankan. Daar betalen we misschien nog wel de hoogste prijs voor – de uitholling van de democratie.

Alles bij de bron; NRC


 


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha