De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft 11 november 2008 uitspraak gedaan in het kort geding dat de Stichting ‘Wij vertrouwen stemcomputers niet’ had aangespannen tegen het Hoogheemraadschap van Rijnland, de unie van Waterschappen en het Waterschapshuis over het zogenoemde stemgeheim. Volgens de stichting is het stemgeheim bij de waterschapsverkiezingen, die gehouden worden van 13 tot en met 25 november 2008, onvoldoende gewaarborgd. De vordering is afgewezen.

De stichting heeft gevorderd dat op de stembiljetten geen gegeven zou worden afgedrukt dat herleidbaar is tot de individuele kiezer. Dat komt neer op een vordering tot het buiten werking stellen van – in elk geval – een onderdeel van het Waterschapsbesluit (zijnde een algemene maatregel van bestuur en dus een algemeen verbindend voorschrift). Voor ingrijpen bij wijze van voorlopige voorziening is daarom slechts plaats indien het bestreden voorschrift onmiskenbaar onverbindend is.

De beoordeling van het geschil door de voorzieningenrechter
Beoordeeld dient te worden of het door de waterschappen gehanteerde verkiezingssysteem in strijd is met het uitgangspunt dat verkiezingen door middel van geheime stemming worden gehouden. Het gaat hierbij om een beginsel van hoge orde.

De voorzieningenrechter is niet zonder meer overtuigd geraakt van de onjuistheid of ongegrondheid van de bezwaren van de stichting. Er is ten minste aanleiding voor twijfel hierover. Aan de andere kant kan evenmin worden geconcludeerd dat in relevante mate aannemelijk is dat het door de waterschappen gehanteerde verkiezingssysteem onvoldoende waarborgen biedt voor het stemgeheim.

Mede gelet op de door de voorzieningenrechter te betrachten terughoudendheid, is er onvoldoende grond voor toewijzing van het gevorderde.

Bron: Rechtennieuws.nl


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha