Op IJsland woedt een heftig politiek debat over een nationaal internetfilter dat kinderen moet beschermen tegen gewelddadige porno. Hoewel cijfers over de schaal van het probleem ontbreken, zijn er binnen de regering van IJsland grote zorgen over de wijze waarop de porno-industrie haar producten vermarkt.

Het idee om een nationaal filter op het hele land te zetten (naar Chinees model) trekt wereldwijde aandacht omdat dit een unicum is in de westerse wereld. Het past ook niet in het beeld van het anders zo liberale en progressieve IJsland.

De regering heeft twee doelen geformuleerd. Ten eerste moet de emotionele schade aan kinderen in IJsland door het zien van gewelddadige porno worden geminimaliseerd. Ten tweede moet de porno-industrie worden bestreden.

Doelen vragen om natuurlijk om maatregelen. Als de IJslandse overheid dus kiest voor een nationaal internetfilter moet ze vervolgens een technologische informatieoorlog voeren op twee-fronten; tegen de porno-industrie en hun eigen burgers waarvan velen mogelijk een legitieme en legale wens hebben om bepaalde content te bekijken.

Bovenstaande gaat nog even helemaal voorbij aan de dag dat zo'n filter wel werkt. Dan heb je als overheid de turn-key infrastructuur gecreëerd voor nationale censuur. De burgers moeten er dan maar op vertrouwen dat hun overheid, of toekomstige versies daarvan, deze capaciteit niet gaat misbruiken voor andere doeleinden. Gezien de wijze waarop in de hele westerse wereld anti-terreur wetgeving wordt ingezet tegen milieuactivisten, journalisten of mensen die hun afval niet netjes scheiden is dergelijke function-creep niet ondenkbaar.

Alles bij de bron; Webwereld