UZI-passen zijn een elektronisch paspoort voor zorgverleners. Er zijn drie soorten: BIG-geregistreerde zorgverleners (bijvoorbeeld dokters en verpleegkundigen) hebben een zorgverlenerpas, anderen een medewerkerspas of administratieve pas. Net als je bsn is het Unieke Zorgverlener Identificatie-nummer (UZI) voor iedereen uniek. De passen worden uitgegeven door een agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG).

Oorspronkelijk waren de passen bedoeld om de bsn-nummers van patiënten te controleren, maar nu zijn ze er vooral om met andere zorgverleners te communiceren. Bij ons heeft iedereen zo’n pas, want dat leek ooit nodig om in te loggen in ons elektronisch patiëntendossier. Dat kan nog steeds op de ‘ouderwetse’ manier met een digipasje, net als bij de bank. De UZI-passen zijn wel nodig om gegevens met bijvoorbeeld apotheken uit te wisselen via het Landelijk Schakelpunt. Ook huisartsenposten stellen zo’n pas verplicht, maar op de mijne kan ik nog steeds met een wachtwoord inloggen en op andere posten zijn er zelfs ‘leenpassen’.

Passen zijn drie jaar geldig, blijkbaar was die termijn bij mijn pas weer verlopen. Ik moest dus e-mailadressen en telefoonnummers van medewerkers checken en op de website van het CIBG inkloppen. Ik was een puntje in een mailadres vergeten, maar dat kon die medewerker – zonder identificatie – telefonisch zomaar laten veranderen.  

...Niemand weet of de veiligheid van communicatie is verbeterd. ‘Het is het veiligste systeem’, verzekeren woordvoerders. ‘Hebben jullie dat ooit onderzocht?’ ‘Nee.’ Ooit is er een focusgroep geweest in opdracht van Volksgezondheid, daar zaten één huisarts, één apotheker, één ziekenhuisapotheker, één hoofd spoedeisende hulp en enkele bobo’s in. Snelle conclusie voor de Tweede Kamer: het is een prima, veilig en handig systeem. Mwah.

Alles bij de bron; Volkskrant



Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha