Nederlandse ziekenhuizen gaan geanonimiseerde patiëntengegevens met het buitenland delen, wat bij het verbeteren van behandelingen moet helpen. Het gaat om het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en Utrecht en het Erasmus MC in Rotterdam die de resultaten van behandelingen met ziekenhuizen In de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en België zullen uitwisselen.

Het gaat hierbij niet om de volledige patientendossiers, maar een deel van de gegevens die is geanonimiseerd. Vooralsnog richt het delen van data zich op mensen die aan sarcoïdose lijden. Adviseur Paul van der Nat van het St. Antonius denkt dat de komende jaren echter meer ziekenhuizen hun patiëntengegevens met buitenlandse ziekenhuizen zullen delen. "Er zijn al vergelijkbare plannen voor mensen met kanker, staar of heupartrose. Je kunt dit gerust een stille revolutie in de gezondheidszorg noemen."

Bron; Security


Proximus gaat zijn mobiele telefoongegevens delen met de algemene directie (AD) Statistiek van de FOD Economie. Dat heeft de AD bekendgemaakt. De zogenoemde "big data" waarover het telecombedrijf beschikt, zijn volgens de AD Statistiek een waardevolle bron voor statistieken over onder meer bevolking, mobiliteit en toerisme. 

"Het gebruik van big data is een soort "derde revolutie" inzake de inzameling van gegevens, nadat we die eerst via klassieke enquêtes en vanaf 2000 via administratieve gegevens verzamelden", verklaarde Marc Debusschere, chef van het project "Big Data" bij de AD Statistiek.

De AD benadrukte dat er maatregelen zullen worden genomen om de privacy van Proximus-klanten te garanderen. "We zullen absoluut alle Belgische en Europese regelgeving inzake privacy naleven", klinkt het bij woordvoerder Stephan Moens. Ook Proximus zelf verzekert zijn klanten ervan dat er enkel meta-informatie zal worden gebruikt, en dus geen individuele gegevens van klanten. De samenwerking is een Europese primeur.

Alles bij de bron; deRedactie [Thnx-2-Luc]


Statistics Belgium, de statistiekdienst van de Belgische Federale Overheidsdienst Economie, heeft vorig jaar een test gedaan met een het meten van bevolkingsdichtheid via de peiling van alle klanten van provider Proximus. De kaart die resulteerde kwam overeen met de census van 2011.

Dat duidt erop dat statistieken van de locatie van mobiele telefoons bruikbaar zijn om te kijken waar mensen wonen. Providers houden de locatie van hun klanten bij via de zendmasten waarmee ze verbonden zijn. Dat is nodig om de mobiele verbinding in stand te kunnen houden.

Proximus zegt dat het alle gegevens 'aan de bron' anonimiseert, waardoor het onmogelijk is om individuele klanten te volgen door naar de data te kijken. De Privacycommissie zegt tegenover Metro dat de samenwerking prima door de beugel kan. De Belgische provider rekende geen geld voor het leveren van data aan het project. De Tijd merkt op dat Proximus wel geld verdient met het leveren van locatiedata aan bedrijven en organisaties, bijvoorbeeld voor het bepalen van waar een nieuw filiaal van een winkel moet staan.

Alles bij de bron; Tweakers


Weet u het nog? Hoe de FBI begin dit jaar Apple gebood telefoongegevens af te staan, in de strijd tegen terrorisme? Apple weigerde en uiteindelijk kreeg de FBI toegang tot de bewuste telefoon met behulp van een derde partij. Apple besloot vervolgens hun iPhones nog beter te beveiligen. En ook andere techgiganten gooiden de boel maar vast preventief op slot. Zoals WhatsApp, dat berichten sinds een paar maanden van encryptie voorziet. Dat betekent dat zelfs personeel van WhatsApp niet kan zien wat je zegt of uploadt.

Dat vinden we allemaal fijn: versleutelde berichten. En daarom worden we ook en masse furieus als blijkt dat WhatsApp wel data deelt met moederbedrijf Facebook. Niet de inhoud, maar wel met wie je appt, hoe lang en wanneer. Als je niet wilde dat Facebook je WhatsApp-data kreeg, kon je dat tot vorig weekend nog uitzetten. Wie dat niet actief heeft gedaan, helpt Facebook nu dus verder met zijn of haar data­stromen. Onherroepelijk. Is dat nou erg?  Want je krijgt waarschijnlijk betere vriendensuggesties en advertenties voorgeschoteld. Bovendien: je hebt toch niets te verbergen?

Of wel? Zorgwekkende voorbeelden vliegen je om de oren. Zo zouden er risicoprofielen worden opgesteld aan de hand van jouw online data. Kun je zomaar in een fictieve groep ‘notoire te-laat-betalers’ belanden. Niet omdat rekeningen zich écht bij jou opstapelen; maar omdat een slim algoritme dat voorspelt aan de hand van jouw gedrag. Hypotheek? Computer says no. Maar ook nog redelijk abstract. Want ben jij al iemand tegengekomen die dit aan den lijve heeft ondervonden? Waarschijnlijk niet, en dus wuiven we de privacy-discussie vaak weg.

Totdat iemand weer een verontrustende uitspraak doet. Zoals Rob Bertholee onlangs; de baas van de AIVD. Hij wil encryptie van berichtendiensten WhatsApp en Telegram inperken, zodat zijn dienst mee kan lezen. En nee, jij bent geen terrorist, dus jij hebt niets te verbergen. Maar wie zegt ons dat ons opsporingsapparaat nooit in handen komt van iemand die terrorisme ietsje ruimer neemt dan jij nu denkt? Wat ze dan met je data kunnen? Kijk naar landen als Rusland, waar locatiegegevens van dissidenten zomaar levensbedreigend kunnen zijn. Of naar China, waar je onlinegedrag wordt gebruikt om je bepaalde privileges toe te kennen of juist niet.

Wat zeg je? Dat gebeurt in ons fijne Westen niet? We hoeven in ons eigen land maar driekwart eeuw terug te gaan in de tijd om het tegendeel te zien. Kortom: je hebt wél wat te verbergen, je weet nu alleen nog niet wat.

Alles bij de bron; TechnischWeekblad


Navigatiespecialist Here heeft een reeks nieuwe datadiensten aangekondigd om automobilisten live van wegomstandigheden en verkeersinformatie te voorzien. Het baseert zich daarvoor op de sensorinformatie die door moderne auto’s wordt verzameld en geüpload naar de cloud. Here zal voor de nieuwe diensten in eerste instantie putten uit informatie van Audi, BMW en Mercedes-Benz. 

Tot de verzamelde informatie behoort onder meer de snelheid, richting en locatie van een voertuig, maar ook of er plots bruusk wordt geremd, de ruitenwissers aanstaan of de mistlichten actief zijn. Veel auto’s worden tegenwoordig met camera’s uitgerust, waardoor informatie over wegenwerken, afgesloten rijvakken, ongevallen en (tijdelijke) verkeersborden eveneens kan worden verzameld. De informatie wordt volgens Here anoniem verwerkt, met respect voor de privacy van de automobilist.

Honderdduizenden wagens van de drie grote Duitse autobouwers zijn nu al klaar om hun sensorinformatie met het Here-platform te delen. Dat moet tegen eind 2018 toenemen tot enkele miljoenen. Daarmee beschikt Here over een belangrijk schaalvoordeel ten opzichte van concurrenten als TomTom, Google en Tesla, die hun data uit een veel kleiner aantal voertuigen moeten halen.

Alles bij de bron; ZDNet [Thnx-2-Luc]


Het faillissement van warenhuizen en schoenenreuzen illustreert het: ons koopgedrag verschuift in hoog tempo van offline naar online. Maar welke vernuftige slimmigheden en andere digitale wetmatigheden maken dat wij onze digitale winkelwagen zo vol mogelijk gooien? Of zo lang mogelijk op een website verblijven? Of op een bepaalde kandidaat stemmen?

Op dit moment vindt het grootste psychologische experiment ooit plaats. En u neemt daar ook aan deel. Elke dag worden een miljard mensen getest op internet. Via A/B testen en analyse van de data-sporen die we online achterlaten, wordt er in exponentieel tempo kennis vergaard over onze voorkeuren en gedragingen, maar vooral over hoe ons brein werkt. Wie gebruikt deze kennis? En waarvoor? Hoe gebruiken, manipuleren én misbruiken deze digitale data dealers onze gebruikerservaring? Niet alleen bij het doen van aankopen maar ook waar het onze vrije tijd en politieke voorkeuren betreft. Loopt het bedrijfsleven, dat miljoenen testen tegelijk uitvoert, hierin niet mijlenver vóór op de wetenschap en de overheid?

Inmiddels pleiten de bouwers van deze digitale verleidingstechnieken, onder wie zelfs voormalige Google-medewerkers, zélf voor het instellen van een ethische code. Wat betekent het als uitvoerders van experimenten zélf gaan vragen om beperking van hun macht en mogelijkheden?

Alles bij de bron; VPRO's Tegenlicht NPO 2, 21.05-22.00u


Telenet gaat gepersonaliseerde reclame tonen en wil daarom meer over jou weten. Je kan gegevens delen met de operator op vier instelbare niveaus. ZDNet ontleedt wat dat precies betekent.

Niveau 1: Algemeen

Dit is het meest beperkende niveau voor de provider. Kies je voor niveau 1, dan kan Telenet enkel aan de slag met basisgegevens. Onder basisgedrag verstaat de provider zaken zoals je adres en de diensten waarvoor je klant bent. Die data zet Telenet uitsluitend in voor eigen communicatie over nieuwe producten of promoties. Andere persoonsgegevens blijven privé en zelfs je verbruik speelt niet mee. 

Niveau 2: Gericht

Op niveau twee komt je kijkgedrag in het spel. Daaronder verstaat Telenet het monitoren van je voorkeur, zoals de films die je huurt of de zenders die je vaak bekijkt. Je krijgt via de Digibox kijksuggesties op basis van die voorkeuren en Telenet kan je e-mails sturen om je attent te maken op nieuwe series of films die binnenkort verschijnen en bij je voorkeuren lijken te passen. Ook hier worden de gegevens enkel voor Telenet-communicatie gebruikt, al neemt die communicatie ook de vorm aan van suggesties voor content via de Digibox. Opnieuw is er dus geen sprake van gepersonaliseerde reclame.

Niveau 3: Persoonlijk

Dit ziet Telenet voortaan als het standaardniveau. Op niveau 3 gaat Telenet aan de slag met dezelfde gegevens als in niveau 2. Zowel de basisgegevens als je persoonlijke voorkeuren spelen dus een rol. Het verschil met het vorige niveau is dat Telenet je hier wel gepersonaliseerde tv-reclame gaat voorschotelen. De gegevens worden dus niet enkel voor Telenet-communicatie ingezet. Doe je absoluut niets, dan krijg je dergelijke reclame binnenkort automatisch te zien.

Niveau 4: Uniek

Niveau 4 is voor de absolute liefhebbers. Telenet zal ook je internetgebruik meenemen in de selectie van advertenties. Dat wil zeggen dat de provider weet naar waar je surft, en die informatie ook gebruikt om reclame op jouw interesses af te stemmen. Ben je bijvoorbeeld online op zoek naar een nieuwe wagen, dan hoef je niet te schrikken van een explosie aan autoreclame op je tv-scherm. Telenet benadrukt wel dat het gevoelige content automatisch weert uit je profiel. Wie voor niveau 3 of 4 kiest, hoeft dus niet te vrezen voor reclame voor seksspeelgoed na het nieuws van zeven uur, zelfs wanneer je kijkgedrag uitwijst dat je wel degelijk geïnteresseerd bent in dergelijke producten. Via Mijn Telenet of langs de telefoon kan je wel te allen tijde wisselen van privacyniveau.

Tot slot merken we nog op dat Telenet de vergaarde informatie niet aan derden doorgeeft. Op niveau 3 en 4 krijg je weliswaar gepersonaliseerde reclame te zien, maar de aanbieder van die reclame mikt op profielen die Telenet dan selecteert. Jouw info gaat dus niet rechtstreeks naar derden en die kunnen je evenmin contacteren op basis van wat je met Telenet hebt gedeeld. Andersom koopt de provider wel gegevens in bij Bisnode. Dat bedrijf heeft informatie in zijn bezit die je vrijwillig vrijgaf via marktonderzoeken en enquêtes.

Alles bij de bron; ZDNet


De zorgsector laat van zich horen in het big data debat. In een brochure van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) staat te lezen: “We hebben echt te maken met een privacy maffia. We zijn hierin doorgeschoten.” En in de Volkskrant van 16 juni klaagt Michael van den Berg over de eenzijdige aandacht voor privacy waardoor we de noodzaak van het koppelen en analyseren van zorgdata niet zien.

Medische gegevens zijn zeer gevoelige persoonsgegevens. Een kind met ADHD moet daar later bij sollicitaties niet mee geconfronteerd worden. Overigens is het ook voor de zorg zelf van het allergrootste belang om de privacy van de patiënt zo goed als zij kan te beschermen. Als een patiënt er niet op kan vertrouwen dat een arts zijn gegevens vertrouwelijk behandelt, zal hij misschien niet alles vertellen. Met wellicht dodelijke consequenties.

Deze discussie is een specifiek voorbeeld van een algemeen retorische truc waarin privacy (als persoonlijk, en dus beperkt, belang) tegenover X (een willekeurig gemeenschappelijk, en dus groot, belang) wordt geplaatst. Voor X kunt u veiligheid, efficiëntere overheid, fraudebestrijding, en dus ook goede zorg invullen. In mijn ogen is het op deze manier framen van het probleem vooral een kwestie van gemakzucht.

Het elektronisch patiëntendossier is een goed voorbeeld. Het elektronisch delen van patiëntgegevens kan de zorg zeker efficiënter maken, en kan helpen fouten voorkomen. Maar dat kan ook worden bereikt door een systeem in te voeren waarin de huisarts en patiënt zelf de regie voeren. En waarbij misbruik door middel van technische maatregelen beperkt of zelfs voorkomen wordt. Alleen voor eerste hulp bij noodsituaties hoeft slechts een zeer beperkte set van essentiële gegevens centraal worden opgeslagen.

Echte innovatie is het vinden van een oplossing voor een schijnbaar onoplosbaar probleem. Laten we daar samen aan gaan werken, in plaats van elkaar de schuld te geven van de status quo.

Alles bij de bron; ExecPPL


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha