Consumenten lijken zich steeds meer zorgen te maken om hun data. In tijden waarin datalekken, datamisbruik en aan data gerelateerde schandalen steeds vaker in het nieuws lijken te komen, is dat ook geen vreemde zaak. Onderzoek van Salesforce Research bevestigt nu dat consumenten zich zorgen maken over hun data.

Het bedrijf deed onderzoek onder 6.723 individuen wereldwijd en keek naar hun mening over data en de veiligheid daarvan. 59 procent van de respondenten meldde te geloven dat hun persoonlijke gegevens kwetsbaar zijn voor veiligheidslekken. 54 procent van de mensen gelooft dat bedrijven met data niet het beste met hen voor hebben.

Het sleutelwoord in het winnen van klantloyaliteit blijkt volgens het rapport transparantie te zijn. Van de respondenten geeft 91% aan eerder een bedrijf te vertrouwen dat helder en ondubbelzinnig communiceert over het gebruik van de persoonlijke data van klanten, het is niet voldoende wanneer een bedrijf enkel zegt de veiligheid van klantdata serieus te nemen, maar moeten laten zien hoe die gegevens worden gebruikt.

Alles bij de bron; CustomerFirst


 

Google heeft afgelopen jaar een select groepje Amerikaanse adverteerders kennis laten maken met 'a potent new tool to track whether the ads they ran online led to a sale at a physical store in the U.S.' Een tool waarmee deze adverteerders dus konden zoeken in de data die van Mastercard afkomstig was.

Dat lijkt op een privacy-nachtmerrie. Een Google-woordvoerder zei daarover: 'Before we launched this beta product last year, we built a new, double-blind encryption technology that prevents both Google and our partners from viewing our respective users’ personally identifiable information.' Geanonimiseerde data dus waar geen persoonlijke informatie aan te pas is gekomen. Het gaat om data van vooral Amerikaanse creditcardgebruikers. Dat scheelt, maar laat onverlet dat Google en Mastercard geen publiek gewag hebben gemaakt van de deal en dus mensen niet wisten dat hun transacties gemonitord werden.

Alles bij de bron; dasKapital


 

Heb je er wel eens bij stilgestaan dat de meeste moderne auto's allerlei data vastleggen? Auto's die connected zijn, kunnen die data zelfs verzenden. Feitelijk is die data echter van jou. Het kabinet vindt dat de consument de baas moet worden over zijn eigen data. 

Letterlijk staat er: "Om ieders privacy te waarborgen, leggen we spelregels vast over de eigendom en het gebruik van reisdata." Reisdata dus. Dat zijn alle gegevens die worden gegenereerd als je je verplaatst van A naar B. Dat kan met de auto zijn of met het openbaar vervoer, maar wij richten ons op de 'reisdata' die worden geproduceerd als je met de auto rijdt.

Met alle elektronische veiligheidssystemen en informatietechnologie die worden toe­gepast, kun je zeggen dat een auto zoiets als een brein heeft. Dat brein volgt precies wat de auto doet en registreert ook waar de auto is en op welk moment. Al die informatie is te herleiden tot het kenteken en het VIN-nummer van je auto en daarom is het persoonlijke informatie. Bovendien legt je auto ook informatie vast die over jou persoonlijk gaat, bijvoorbeeld over je rijstijl.

De verschillende systemen in je auto zijn allemaal aan elkaar gekoppeld, dus neemt het brein in je auto niet alleen waar dat je 100 km/h rijdt, het ziet ook (dankzij verkeersbordherkenning) dat je dat doet op een 80 km/h-weg in het donker (verlichting is aan), terwijl het regent (ruiten­wissers zijn aan). Bovendien maakt je auto in veel gevallen contact met je smartphone of tablet en kan de auto communiceren met de omgeving, bijvoorbeeld met andere auto's of met systemen langs de weg. Als je al die gegevens eindeloos met elkaar zou combineren, ontstaat een berg data over jou en je auto.

Auto's die connected zijn, versturen dus periodiek hun data. "Die komt doorgaans in een server bij de autofabrikant en die beslist wat er met die data gebeurt, wie er gebruik van mag maken en onder welke voorwaarden", legt Leo Bingen, Smart Mobility & ITS-adviseur bij de RAI Vereniging, uit...

...De niet-merkgebonden markt, zoals verzekeraars, leasemaatschappijen en consumentenorganisaties, willen echter een veel vrijere en directere toegang tot deze voertuigdata om digitale diensten te kunnen aanbieden zonder tussenkomst van de fabrikant. Deze discussie is nog ­volop gaande." 

"Het beslissen over wie er toegang heeft tot de data uit jouw auto, zou een apart moment moeten worden in het aanschafproces van de auto. Het moet een op zichzelf staand contract worden. Niet alleen bij nieuwe ­auto's, maar ook bij aanschaf van een gebruikte auto zou je als consument weer moeten kunnen beslissen waar de data uit je auto naartoe gaan. Ook gedurende de gebruiksperiode zou je als klant de toestemmingen, zowel opt-in als opt-out, moeten kunnen aanpassen, trouwens. Het gaat erom dat de regie over deze informatie bij de automobilist ligt en bij niemand anders."

Alles bij de bron; Autoweek


 

Big Data, het Internet of Things en Kunstmatige Intelligentie kunnen de grondrechten van burgers op vergaande wijze aantasten, zo laten onderzoekers van de Universiteit Utrecht in een onderzoek weten...

...Met name als het gaat om vrijheidsrechten zien de onderzoekers tal van knelpunten, zoals filterbubbels, private censuur, zelfcensuur en de invloed op het actieve en passieve kiesrecht. De onderzoekers merken op dat vrije meningsuiting steeds vaker plaatsvindt via private bedrijven als Facebook en Google. Dit vereist een veranderende houding van de overheid bij het reguleren van meningsuiting. "Er kan sprake zijn van indirecte publieke censuur als de overheid samenwerkt met of dreigt met dwang richting sociale media of zoekmachines om onwelgevallige content te verwijderen. Hierbij treden problemen op als de door deze bedrijven gebruikte algoritmes overmatig gaan censureren", zo stellen de onderzoekers.

"In algemene zin geldt niettemin wel dat grondrechten potentieel vergaand en op diverse manieren kunnen worden aangetast als gevolg van het gebruik van het gebruik van Big Data, Kunstmatige Intelligentie en het Internet of Things, vaak ook op manieren die nog niet bekend waren voor 'oude' vormen van besluitvorming. Het voorkomen van dergelijke grondrechtenschendingen en het eventueel bieden van rechtsherstel als ze zich alsnog hebben voorgedaan, verdient dan ook bijzondere aandacht", zo besluiten de onderzoekers (pdf).

Alles bij de bron; Security


 

De gemeente Amsterdam heeft het Facebookgebruik van tientallen overlastgevende jongeren laten onderzoeken om te kijken met wie ze in contact stonden en waar ze het over hadden. De gemeente hoopte zo ook „interessante figuren” te ontdekken die nog niet in beeld waren. De gemeente handelde daarbij in strijd met de hen bekende regels. Dat blijkt uit interne stukken die zijn vrijgegeven na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Het op sociale media observeren van jongeren ging veel verder dan de gemeente eerder in NRC toegaf. Ook de raad is verkeerd geïnformeerd. Eind 2015 analyseerde de gemeente 64.540 Facebookprofielen om te achterhalen welke online contacten 126 overlastgevende jongeren in Amsterdam-Zuid hadden. Een jaar later werden bijna 7.000 Facebookconnecties van 36 leden van een jongerengroep in stadsdeel Noord onderzocht.

De gemeente ontkende eerder na herhaaldelijke vragen van NRC dat er was gekeken naar de inhoud van de profielen. Alleen het aantal onderlinge online verbanden tussen overlastgevers zou zijn geteld. Ook werd ontkend dat was geprobeerd om jongeren te ‘ontdekken’ die nog niet in beeld waren. Maar de Facebookanalyse ging veel verder, zo blijkt ook uit de onderzoeksvragen van het door Amsterdam ingeschakelde databedrijf: „Wie communiceert met wie? Waar hebben de probleemjongeren het over? […] Wat zijn hun drijfveren/doelen? Zijn er trends te achterhalen op het gebied van onderwerp, taalgebruik, communicatietijden, groeperingen etc.?”

In een gesprek erkent de verantwoordelijke stadsdeelvoorzitter Sebastiaan Capel (D66) van Amsterdam-Zuid dat in strijd met de regels is gehandeld. „Dit hebben we niet goed gedaan, we hebben de privacy geschonden.”

Alles bij de bron; NRC


 

Sinds begin april screent een speciale dienst van de Belgische federale politie, douane en veiligheidsdiensten de gegevens van passagiers op Belgische luchthavens. Op dit moment wordt ongeveer een derde van alle vliegtuigpassagiers gecontroleerd op een eventuele hit met de politiedatabank, nog niet alle luchtvaartmaatschappijen geven namelijk hun passagierslijsten al door.

De afgelopen maanden werden op die manier al bijna 5 miljoen passagiers gescreend. 834 van hen stonden geseind in de politiedatabank voor georganiseerde - zware - criminele feiten. Het gaat dan bijvoorbeeld over drugscriminaliteit, zwaar banditisme, terreurverdachten of parentale ontvoering.

In een kleine 10 procent van de gevallen kwam de politie effectief tussenbeide op de luchthaven zelf voor een ondervraging of een arrestatie. In de rest van de gevallen werd de databank verder aangevuld met het oog op toekomstig onderzoek en/of werden de verdachten verder opgevolgd door de politie- en veiligheidsdiensten.

Alles bij de bron; VRT


 

Twee nieuwe wetten zijn in de maak om fraude aan te pakken. Het gaat om de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Volksgezondheid) en het Wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (Justitie en Veiligheid).

Het voorstel tegen zorgfraude verplicht onder meer gemeenten, zorgverzekeraars en toezichthouders om informatie over mogelijke fraude met elkaar te delen. Dat kan ook gaan om gegevens uit een medisch dossier. Artsen leveren deze gegevens namelijk aan bij gemeenten en zorgverzekeraars om hun zorg te declareren...

...Het andere voorstel zorgt voor een wettelijke basis waardoor organisaties gegevens kunnen delen om fraude op te sporen. Het voorstel geldt voor overheidsorganisaties, maar óók samenwerkingen met bedrijven worden genoemd.

Het wetsvoorstel moet nieuwe samenwerkingen eenvoudiger maken. Critici vrezen dat gegevens te makkelijk worden uitgewisseld. „Als steeds breder gegevens worden gedeeld en zelfs private partijen erbij worden gehaald, gaan feiten, verdenkingen en conclusies door elkaar lopen”, zegt Priscilla de Haas, partner bij De Haas Advocaten en promovenda bij de Rijksuniversiteit Groningen. „Informatie kan zo een eigen leven gaan leiden. De gevolgen van een valse beschuldiging zijn achteraf lastig te repareren.”

Het kabinet wil met het wetsvoorstel uitgewisselde gegevens kunnen analyseren met kunstmatige intelligentie. Computers kunnen zoeken naar afwijkende patronen en zo een lijst maken van mogelijk frauderende burgers. Dat gebeurt al: in 2016 gaf het kabinet in antwoord op Kamervragen bijvoorbeeld toe dat er nog „geen heldere” wettelijke basis is voor het Rotterdamse project Finpro. Daarbij zocht het Openbaar Ministerie in samenwerking met onder meer zorgverzekeraars naar fraude door data samen te voegen met toeslagen en uitkeringen.

In de Europese privacywet – sinds eind mei van kracht – staat dat gegevens die voor een bepaald doel verzameld zijn, niet zomaar voor een nieuw doel mogen worden gebruikt. In het wetsvoorstel wordt verwezen naar een uitzondering op die regel – die er op Nederlands verzoek kwam. In januari 2016 schreef toenmalig minister Ard van der Steur aan de Tweede Kamer over de uitzondering op Nederlands initiatief: als overheidsorganisaties in een wet vastgelegde redenen hebben, mogen zij gegevens ook voor andere doelen gebruiken dan waar ze ooit voor werden verzameld.

Volgens David Korteweg van digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom is in de wet niet duidelijk opgeschreven wat de voorwaarden zijn voor samenwerkingsverbanden.

Alles bij de bron; NRC


 

De Canadese privacytoezichthouder maakt zich zorgen over het gebruik van gezichtsherkenning in winkelcentra. Een bezoeker van een winkelcentrum in Calgary ontdekte per toeval dat een informatiebord van gezichtsherkenning was voorzien en plaatste een foto hiervan op Reddit. De eigenaar van het winkelcentrum heeft inmiddels bevestigd dat gezichtsherkenning in verschillende winkelcentra wordt toegepast.

Volgens de eigenaar wordt de data gebruikt om mensenstromen beter te begrijpen en worden er geen beelden opgeslagen. Daardoor zou het ook niet nodig zijn om van tevoren toestemming te vragen, aldus het bedrijf in een verklaring. Tegenover CBC voegt het bedrijf eraan toe dat het in juni is begonnen om leeftijd en geslacht vast te stellen om zo het gebruik van de informatieborden beter te begrijpen.

De Canadese privacytoezichthouder heeft nog geen klachten over de gezichtsherkenning ontvangen, maar gaat wel meer informatie bij de eigenaar van de winkelcentra opvragen. "Gezichtsherkenning heeft de potentie om de meest indringende biometrische identificatietechnologie te zijn", aldus de privacytoezichthouder. "Gezichten zijn veranderd in elektronische informatie die op ongekende wijze kan worden samengevoegd, geanalyseerd en gecategoriseerd." In juni liet de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens nog weten dat camera's in reclameborden alleen mogen met toestemming van voorbijgangers.

Alles bij de bron; Security


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha