De Covid-19 pandemie is ook een politieke crisis die de toekomst van de liberale democratie bedreigt, waarschuwen toonaangevende politici en Nobelprijswinnaars....

...zelfs sommige democratisch gekozen regeringen bestrijden de pandemie door noodbevoegdheden in werking te stellen die de mensenrechten beperken en het staatstoezicht versterken. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wettelijke beperkingen of de controlerende rol van het parlement.

Ook wordt niet verteld wanneer de Grondwet en grondrechten weer hersteld zullen worden. In plaats daarvan worden parlementen buitenspel gezet, journalisten gearresteerd en gehinderd, minderheden tot zondebok gemaakt en de meest kwetsbare bevolkingsgroepen geconfronteerd met nieuwe economische bedreigingen.

Repressie helpt niet om de pandemie onder controle te krijgen. Het tot zwijgen brengen van de vrije meningsuiting, het opsluiten van vreedzame andersdenkenden, het onderdrukken van toezicht op wetgeving, en het afblazen van verkiezingen dragen niet bij aan de volksgezondheid....

...Democratie is niet alleen een gekoesterd ideaal. Het is het regeringssysteem dat het meest geschikt is om een crisis van de omvang en complexiteit van Covid-19 aan te pakken. 

Alleen in een democratie kunnen vrije media hun werk doen en mensen informeren, zodat ze de juiste beslissingen kunnen nemen. Democratie biedt de media ook de mogelijkheid om de overheid en openbare instellingen te monitoren en nepnieuws tegen te gaan . 

Alleen in een democratie kan de rechtsstaat individuele vrijheden beschermen tegen onnodige staatsinmenging en -beperkingen. Alleen in een democratie kan de samenleving besluiten om publiekelijk toezicht te houden op de noodmaatregelen van de overheid en deze te beëindigen wanneer ze niet langer nodig zijn. Alleen in een democratie zijn overheidsgegevens over de omvang en gezondheidseffecten van de pandemie geloofwaardig....

...De grootste kracht van democratie is echter haar vermogen tot zelfcorrectie. De coronacrisis is een wake-up call, een dringende waarschuwing dat de vrijheden die we koesteren in gevaar zijn.

De huidige pandemie vormt een wereldwijde uitdaging voor de democratie. Autoritaire politici over de hele wereld zien de coronacrisis als een nieuw instrument in hun strijd om de democratie als zwak te stigmatiseren, en de verworvenheden van de afgelopen decennia ongedaan te maken. Democratie wordt bedreigd en mensen die erom geven, moeten de wil, discipline en solidariteit tonen om haar te verdedigen. De vrijheid, gezondheid en waardigheid van mensen overal op de wereld staan op het spel.

Alles bij de bron; NRC


 

Zelf kom ik beroepsmatig ook wel eens agenten tegen. Tien jaar geleden raakte ik geïnteresseerd in etnisch profileren toen ik nota bene een politievrouw erover hoorde praten in een werkgroep over recht. Ze had aarzelingen bij haar eigen gedrag, zei ze, sinds ze merkte dat ze strenger naar gekleurde jongemannen keek dan naar anderen. Was er voor die strengheid dan geen reden? Nee. Niet als het leidde tot hinderlijk volgen en reageren op elke overtreding bij het voetgangersstoplicht.

Nu staat de politie voor een dilemma. De politie wil burgers binnenstebuiten keren om hen te kunnen redden. Ze wil meer bevoegdheden tot volgen, aftappen, data opvragen, data verzamelen, ze wil surveilleren, observeren, controleren. Kortom, ze staat voor het ethische dilemma dat in het hart ligt van de goede bedoelingen: mensenrechten opheffen om mensen te beschermen.

Ik snap best dat de politie het geweldig goed met ons voor heeft. Veel overheidsgeweld vindt zijn oorsprong in goede bedoelingen. De nekklem en de camera zijn ooit ingevoerd om de straat veiliger te maken. En dat doen ze ook, tenzij ze de straat onveiliger maken. Wie verstandig is en dat ziet gebeuren, verbiedt de nekklem. Verbiedt preventief fouilleren. Stopt met het gebruik van gezichtsherkenningssoftware.

Alle ogen op de politie. Toch ben ik er niet gerust op, want het dilemma loert vlak onder de oppervlakte. 

De politie wil langere armen. Zoals de regering langere armen wil. En de rest van de overheid ook. Maar andere ambtenaren zwerven niet bij nacht en ontij door de stad, die springen niet in het kanaal om iemand uit het water te halen. Die hebben wel een script, en tekst, en tijd genoeg om na te denken over het effect van hun beslissingen.

Daarom had ik de Dam en het Malieveld heel wat liever zien volstromen uit protest tegen het etnisch profileren door de Belastingdienst. Want ook die dienst wil langere armen, ook die wil opsporen en levens doorzoeken, maar de Belastingdienst heeft geen enkel excuus voor de goede bedoelingen die leiden tot discriminatie, knevelarij, armoede en ontwrichting van levens.

Hetzelfde geldt voor ander overheidsgeweld met opsporingstechnieken. Politiegeweld spreekt tot de verbeelding, maar er ontstaat grootschaliger en sluipender schade door software waarmee discriminatie wordt geautomatiseerd. Waarom moeten Amazon en IBM de stekker trekken uit gezichtsherkenningssoftware? Waarom letten overheden zelf niet op? Waarom komt het kabinet met een noodwet die grondrechten aantast?

De politie maakt zich wel eens zorgen over onze rechten. Nu de rest van de opspoorders nog.

Alles bij de bron; NRC


 

De noodwet om het RIVM te laten werken met zendmastdata om corona te bestrijden, krijgt kritiek van coalitiepartijen D66 en ChristenUnie. „Op dit moment zie ik niet in op basis waarvan dit nodig is”, zegt het D66-Kamerlid Kees Verhoeven.

Verhoeven baalt ervan dat er de afgelopen maanden vanuit het kabinet, maar ook uit Brussel, de nodige plannen zijn opgevoerd om te volgen waar groepen mensen heen gaan. Zo kwam er een Europees plan om telefoongegevens te delen, experimenteert het kabinet met een corona-app en nu ligt er het plan om het RIVM inzicht te geven in telefoondata, die wel gebundeld en geanonimiseerd zijn. „Elke keer is het een voorstel dat niet overtuigend is”, vindt Verhoeven. „Het lijkt bijna of het middel een doel op zich is geworden.”

Ook vindt Verhoeven de noodwet een ’vrij grofmazige manier’ om bewegingen van mensen te volgen: „Het komt er eigenlijk op neer dat we van alle telefoons van iedereen de locatiegegevens opvragen. Dat is heel ingrijpend. En dat komt in handen van de overheid. Ik vind dat een heel vervelende gedachte.”

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) bracht de tijdelijke noodwet vrijdag naar buiten. Daarmee kan het kabinet telefoonproviders verplichten om zendmastdata af te staan. Het RIVM wil met die gegevens, die eerst geanonimiseerd worden, zien of bijvoorbeeld grote groepen mensen uit een bepaalde gemeente in een andere gemeente zijn geweest.

Alles bij de bron; Telegraaf


 

Eind mei 2020 leeft Nederland nog steeds onder noodverordeningen afgekondigd in een persconferentie op 23 maart. Inmiddels is het besef ingedaald dat een uitzonderlijke en wellicht ook onwenselijke situatie is ontstaan. Hoogleraren staatsrecht Jan Brouwer en Jon Schilder noemden in Trouw van 22 april 2020 de noodverordeningen zelfs illegaal.

De gemeenten tasten volgens hen burgerrechten uit de grondwet aan, zoals het huisrecht en het recht op privacy. De noodverordeningen laten zien dat de autoriteit van de staat diep kan ingrijpen in ons leven. We moeten dan ook heel zuinig zijn op onze burgerrechten en op onze democratie. Want die zijn niet van de regering, niet van de politici die er nu toevallig zitten, maar van ons...

...Maar de kiezer mag niet over alles meepraten. Veiligheid en openbare orde zijn een zaak van een ongekozen kader van commissarissen van de Koning, burgemeesters en de veiligheidsregio’s. In Nederland geen gekozen burgemeesters, politiechefs, rechters of openbare aanklagers. De Eerste Kamer kent getrapte verkiezingen, via de Provinciale Staten. De Raad van State adviseert over wetgeving én is zelf de hoogste bestuursrechtelijke macht in het land.

De meeste regelgeving waar Nederlandse burgers mee te maken krijgen komt tot stand via Algemene Maatregelen van Bestuur, Ministeriële regelingen of Koninklijke Besluiten, en die hoeft de regering niet aan het parlement voor te leggen...

...Onze persoonlijke bewegingsvrijheid en lichamelijke gedragingen, soms tot achter de voordeur, zijn momenteel beperkt door noodverordeningen gebaseerd op de Gemeentewet, de Wet op de veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid.

Minister Grapperhaus kwam met een modelnoodverordening, die vervolgens via de veiligheidsregio’s door de burgemeesters in elke gemeente is ingevoerd en uitgevoerd. Daar kwamen geen volksvertegenwoordigers aan te pas – niet vooraf en niet achteraf. Want gemeenteraden gaan niet over de veiligheidsregio’s en de gedragingen van ‘superburgemeesters’ als Hubert Bruls.

Op dit moment maken die ‘superburgemeesters’ samen met minister Grapperhaus in Nederland in de openbare ruimte de dienst uit.  Er is een Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie opgetuigd bij de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid, die ook valt onder Grapperhaus. 

Dit hele systeem blijft van kracht totdat de minister van Volksgezondheid, vicepremier Hugo de Jonge, het ‘sein veilig’ geeft. Kortom, een regeling met een open eind. 

Alles bij de bron; Wynia'sWeek


 

De burgemeesters kwamen tijdens de uitbraak van het coronavirus in de problemen omdat ze met het oog op de privacy niet alle informatie konden delen. In verpleeghuizen raakten mensen besmet en gingen dood, maar ze mochten dat niet naar buiten brengen. Dat zeggen de burgemeesters Breunis van de Weerd (Nunspeet) en Eddy Bilder (Zwartewaterland).

„De doorgeslagen privacywet heeft extra doden gekost. Toen het parlement debatteerde over te weinig ic-bedden, overleden bij ons massaal mensen in verpleeghuizen. Niemand wist het, want officiële instanties mochten het niet melden. De GGD zei me niet te gaan bellen als er mensen in Nunspeet waren besmet of overleden, omdat het herleidbaar was”, zegt Breunis.

Zijn collega Eddy Bilder uit Zwartewaterland zegt; „Ik heb ook de regels gebroken. Waar we het straks, als de pandemie achter de rug is, over moeten hebben, is of we soms niet te rigide omgingen met regels. Ik heb momenten gehad dat ik vreesde de politie te moeten inschakelen om mensen buiten het bejaardentehuis te houden omdat ze naar hun ernstig zieke of stervende ouder wilden. Dat waren heel pijnlijke situaties waarvan je je afvraagt of ze voorkomen hadden kunnen worden.”

Alles bij de bron; Telegraaf


 

Minister De Jonge van Volksgezondheid heeft telecomproviders gevraagd om hun data met het RIVM te delen. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft hier echter geen toestemming voor gegeven. In een brief aan de Tweede Kamer over de coronamaatregelen laat de minister weten dat hij de surveillance wil intensiveren. "Doel van surveillance is inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling en verspreiding van het virus en daarmee ook input voor de vraag of we onze maatregelen moeten bijstellen", schrijft De Jonge.

De minister wil hiervoor allerlei soorten gegevens verzamelen. Hij merkt echter op dat de beschikbare indicatoren met vertraging informatie geven.

Het Outbreak Management Team (OMT) heeft daarom geadviseerd om anonieme data van telecomproviders beschikbaar te maken. "Ik heb daarvoor, na overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens, de telecomproviders gevraagd hun data ten behoeve van de wetenschappelijke behoefte van het RIVM aan het RIVM ter beschikking te stellen", stelt De Jonge.

De toezichthouder heeft echter geen goedkeuring hiervoor gegeven. "Van goedkeuring van de Autoriteit Persoonsgegevens voor het delen van telecomdata is geen sprake. De AP is al langer in gesprek met verschillende ministeries over het delen van telecomdata. In die gesprekken heeft de overheid nog niet duidelijk gemaakt wat het precieze doel is van de data die de overheid wil laten opvragen. De AP heeft steeds geconcludeerd dat de tot nu geopperde voorstellen niet in lijn zijn met de huidige wetgeving", zo laat de Autoriteit Persoonsgegevens in een reactie weten.

Volgens de AP is er een nieuwe wet nodig als de overheid van telecomgegevens gebruik wil gaan maken. "Die nieuwe wet moet dan wel passen binnen de strenge kaders die we binnen de Europese Unie hebben afgesproken. Daarnaast is democratische controle bij de totstandkoming van zo'n wet heel belangrijk. Natuurlijk zal het parlement zo'n eventuele wet beoordelen. En ook de AP zal advies uitbrengen over die wet. Daarbij houdt de AP de privacy van burgers scherp in de gaten", voegt de toezichthouder toe.

Minister De Jonge heeft een rectificatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Het in de brief genoemde overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens heeft namelijk niet plaatsgevonden. Wel werkt de minister aan een wijziging van de Telecomwet om telecomgegevens tijdens een pandemie te kunnen delen.

Alles bij de bron; Security


 

Op 16 maart verordonneerde president Emmanuel Macron de Fransen hun contacten en verplaatsingen tot het ‘strikt noodzakelijke’ te beperken. Een dag later, op dinsdag 17 maart om klokslag 12 uur, was de confinement van de Fransen een feit. Wie de lockdown binnen een maand tijd meer dan drie keer schendt, begaat een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat.

Op 23 maart riep de Franse regering met instemming van het parlement de medische noodtoestand uit. Daarmee werd de opsluiting van de Fransen ook juridisch bezegeld. Zonder tussenkomst van het parlement, dat zichzelf met het oog op een efficiënte crisisbestrijding tijdelijk buitenspel heeft gezet, kan de regering de vrijheid van burgers per decreet radicaal inperken.

Het ‘uitzonderingsrecht’ dat in het kader van de medische noodtoestand is ingevoerd, geeft extra bevoegdheden aan de politie. Normaliter mogen politieagenten alleen iemand controleren als er een gegrond vermoeden bestaat dat diegene de wet overtreedt. Dat is komen te vervallen: agenten mogen nu controleren wie ze maar willen. Iedereen is een potentiële overtreder...

...Het gaat me niet om de autoritaire en gebiedende toon – in Frankrijk is de politie nu eenmaal niet je beste vriend. Zorgelijker is dat politieagenten zo vaak hun boekje te buiten gaan. In het beste geval is het onwetendheid en kennen de agenten de noodwetten die ze moeten handhaven niet. In het ergste geval is het onversneden machtsmisbruik. Gevoelsmatig is Frankrijk veranderd in een politiestaat.

Ten diepste zijn de Fransen een gezagsgetrouw volk. Meer dan bijvoorbeeld Nederlanders en Britten snakken de Fransen naar zekerheid en regulering. Ze zijn ook banger voor het coronavirus. De Franse regering heeft nadrukkelijk op die angst ingespeeld. ‘We zijn in oorlog’, zei Macron tot vijf keer toe. Een oorlog met een onzichtbare vijand weliswaar, maar een vijand niettemin. En in oorlogstijd is alles geoorloofd. Zelfs, zo blijkt, een vrijheidsbeperking die drastischer is dan toen de oorlog echt was en de vijand zichtbaar...

De Franse regering, zo schreef Le Monde in een hoofdredactioneel commentaar, deed het voorkomen alsof er een absolute keuze moest worden gemaakt tussen vrijheid en gezondheid. Wie tegen de ultrastrenge lockdown was, was in de beeldvorming in feite tegen de volksgezondheid. Dat is een valse tegenstelling: in andere Europese landen als Nederland en Zwitserland is de strijd tegen het virus met veel minder beperkende maatregelen minstens zo succesvol gebleken.

Komende week stemt het parlement hoogstwaarschijnlijk voor een verlenging van de medische noodtoestand tot 24 juli. Ondertussen heeft de Constitutionele Raad, die toetst of wetten in overeenstemming zijn met de grondwet, nog altijd geen uitspraak gedaan over de grondwettelijkheid van de verstrekkende maatregelen die in het kader van die noodtoestand zijn ingevoerd.

Bovendien valt te vrezen dat sommige beperkingen die nu gelden als ‘uitzonderingsrecht’ binnenkort geen uitzondering meer zijn, maar de nieuwe regel. De recente geschiedenis voorspelt weinig goeds. De noodtoestand die in 2015 werd afgekondigd in reactie op de terreuraanslagen in Parijs, werd maar liefst zes keer verlengd. Toen die noodtoestand in 2017 eenmaal werd afgeschaft, waren extra politiebevoegdheden als huiszoekingen bij mensen die nergens van worden verdacht inmiddels via andere wetten in het wetboek verankerd.

Alles bij de bron; Volkskrant [long-read]


 

Het kabinet werkt aan een spoedwet om de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus een steviger juridische basis te geven. Binnen enkele weken moet deze wet de noodverordeningen vervangen waarin de maatregelen nu zijn vastgelegd. Dat bevestigen bronnen in Den Haag.

De nieuwe wet moet een einde maken aan de, volgens juristen, ‘onhoudbare’, ‘ondemocratische’ en ‘ongrondwettelijke’ noodverordeningen. De daarin vastgelegde maatregelen  raken de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van vereniging, godsdienst en onderwijs. En dat de politie te volle huizen binnengaat, schendt het recht op de persoonlijke levenssfeer.

Ingaan tegen de Grondwet is alleen toegestaan als het wettelijk is vastgelegd – dat is bij de noodverordeningen niet het geval. De nieuwe wet moet dat beter regelen, waardoor burgerrechten (tijdelijk) ingeperkt kunnen worden. Dat kan betekenen dat burgers makkelijker gestraft kunnen worden als ze maatregelen niet opvolgen. Nu de crisisbestrijding langer duurt, zijn veel bestuurders bezorgd dat strengere handhaving nodig zal zijn.

De wet moet óók de democratische legitimiteit van de maatregelen versterken. Over de verordeningen is niet gedebatteerd en gestemd door volksvertegenwoordigers daardoor vindt geen democratische controle plaats. Dat kan met de spoedwet, die naar verwachting tot 30 september geldt, wel. Zo moet de Tweede Kamer instemmen met de wet en met eventuele verlenging.

„Na drie à vier weken is het tijd om de noodverordeningen terug te schroeven.” zegt Jan Brouwer, hoogleraar en directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. De ‘Superburgemeesters’ die de veiligheidsregio’s voorzitten, eigenen zich steeds meer vrijheden toe en overtreden daarbij vaak de Grondwet, aldus Brouwer. 

Juridisch was er ook een alternatief voor de noodverordeningen, zegt hoogleraar Brouwer: de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in combinatie met de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. „Daarmee roep je de noodtoestand uit”, zegt hij. Met zo’n tijdelijke toestand kunnen volgens Brouwer makkelijker maatregelen afgedwongen worden. De toetsing daarvan gebeurt dan in het parlement.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid besloot begin maart geen gebruik te maken van die wet. Brouwer: „Zo’n noodtoestand zorgt mogelijk voor paniek, Nederland wil het graag laagdrempelig houden.” 

Alles bij de bron; NRC


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha