Overheid, Politiek & Wetgeving

De samenleving digitaliseert en ook in de openbare ruimte worden er steeds meer nieuwe techieken ingezet waarbij data wordt verzamelend en gebruikt. Wat zijn de kansen en de bedreigingen? Hoe gaan we hier behoorlijk mee om?

Om dat in kaart te brengen is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een project gestart ‘Behoorlijk datagebruik in de openbare ruimte’. Het resultaat van het project, de essaybundel over de dilemma’s van de inzet van technologie op straat, is vorige week overhandigd tijdens de summit ‘Data en Ethiek, op de Den Bosch Data Week.

Voorafgaand aan het project zijn er verschillende dialoogtafels geweest met bewoners, ondernemers, kennisinstellingen en overheden om de dilemma’s van de inzet van technologie op straat te bespreken. Hoe zit het bijvoorbeeld met privacy? Deze dilemma’s zijn verder uitgediept in een zestal essays en bevatten verschillende beleidsaanbevelingen.

Alles bij de bron; RijksOverheid


 

De minister van Justitie en Veiligheid wil dat justitie toegang krijgt tot versleutelde chatberichten op diensten als WhatsApp en Telegram. Sociale mediabedrijven zouden een sleutel moeten hebben die kan worden gevorderd door de rechter-commissaris, zei hij tegen Nieuwsuur.

Techbedrijven maken nu bewust geen ontsleutel-software aan zodat deze niet in verkeerde handen kan vallen. Als de minister zijn zin krijgt loopt de privacy van alle gebruikers gevaar, waarschuwen cybersecurity-deskundigen.

Facebook kondigde dit voorjaar aan al haar berichtendiensten te gaan voorzien van ‘end-to-end-encryption’ (E2EE), waardoor alleen de ontvanger en de verzender de berichten kunnen lezen. Dochterbedrijf Whatsapp doet dit al, maar binnenkort worden ook Facebook Messenger en Instagram Messenger standaard versleuteld.

Het standpunt is opmerkelijk omdat het kabinet zich in 2016 vierkant achter E2EE heeft geschaard. Zijn voorganger schreef toen: “Het kabinet is van mening dat het op dit moment niet wenselijk is om beperkende maatregelen te nemen ten aanzien van de ontwikkeling, de beschikbaarheid en het gebruik van encryptie binnen Nederland.”

Alles bij de bron; Beveiliging


 

De politie onderzoekt of gezichtsherkenning breder kan worden ingezet bij de uitvoering van de politietaak, zo heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid laten weten op Kamervragen over een database van de politie waarin 2,2 miljoen foto's van 1,3 miljoen mensen staan.

Dit gebeurt via het systeem Catch Strafrecht Verdachte en Veroordeelde. Bij de opslag van foto's van verdachten, die 20 tot 80 jaar kunnen worden bewaard, voldoet de politie niet volledig aan de wetgeving, zo antwoordde Grapperhaus op eerdere vragen over het onderwerp. 

Kamerlid Kees Verhoeven wilde van de minister weten of politie naast Catch nog van andere gezichtsherkenningssystemen gebruikmaakt en of deze systemen in de openbare ruimt worden toegepast. Dat is inderdaad het geval. Het gaat om een versie van Catch die voor uitvoering van de vreemdelingentaak wordt ingezet.

Dit systeem mag naast de identificatie van vreemdelingen ook worden geraadpleegd voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte een vreemdeling is, of in het belang van het onderzoek en het opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, dan wel snel resultaat geboden is bij de opheldering van het misdrijf, antwoordt de minister.

"Naast deze toepassingen onderzoekt de politie of gezichtsherkenning breder kan worden ingezet bij de uitvoering van de politietaak. Zo worden opsporingsfoto's (en dat kunnen ook 'stills' van bewegende beelden zijn) afkomstig van camera's in de openbare ruimte aangeboden voor gelaatsvergelijking in Catch. 

Alles bij de bron; Security


 

Sinds de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vorig jaar, denken veel organisaties dat ze geen persoonsgegevens meer mogen delen wanneer ze geen expliciete toestemming hebben. Onterecht, zegt ook Jay Remmelzwaal van het Juridisch adviesbureau ICT­Recht: ‘’De AVG laat veel toe, mits je maar goed uitlegt wat je aan het doen bent.’’  

...Jeroen Terstegge van Privacy Management Partners is het met Hut en Remmelzwaal eens: “Het is een grote misvatting dat je altijd expliciete toestemming nodig hebt om persoonsgegevens te delen en te verwerken. Toestemming is één grondslag waarop persoonsgegevens gedeeld mogen worden, maar daarnaast zijn er nog vijf. Het wordt tijd dat die duidelijker in beeld worden gebracht.” Een andere grondslag geldt wanneer het delen van gegevens noodzakelijk is voor de behartiging van ‘gerechtvaardigde belangen’, zoals het in kaart brengen van uitbuiting.

Jurist Remmelzwaal zegt dat het zonder toestemming in veel gevallen wel degelijk mogelijk is om persoonsgegevens te delen en te verwerken: “Als je goed uitlegt wat je aan het doen bent en kan aantonen waarom het nodig is om een bepaald doel te bereiken, dan mag het. Daarnaast moet je wel goed de afweging maken tussen de belangen van jouw organisatie en het privacybelang van de betrokken persoon.”

De Autoriteit Persoonsgegevens erkent dat de privacywet voor sommigen onduidelijk is en probeert bedrijven en brancheorganisaties per sector te adviseren. “De online campagnes zijn een stap in de goede richting, maar het is nog niet genoeg”, zegt Remmelzwaal. Hij ziet liever duidelijke richtlijnen die misverstanden helpen voorkomen. “Wat wel en niet mag bevindt zich momenteel nog in een grote grijze zone. Er is nood aan meer zwart en wit. Nieuwe richtlijnen kunnen daarbij helpen.”

Alles bij de bron; Trouw


 

In het journaal laat de NOS een filmpje van een meisje zien. Loes heet ze en ze is illustratiemateriaal bij een onderwerp dat op de agenda is gezet door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Die rapporteur heeft een rapport uitgebracht waarin hij kritiek uit op de aanpak van mensenhandel door de overheid.... vanwege nieuwe privacyregels maken hulpverleners minder melding bij het coördinatiecentrum tegen mensenhandel: in 2014 kreeg het centrum 1.225 meldingen en in 2018 nog maar 668...

De onrust over de privacyregels wordt ook aangezwengeld door de Nationaal Rapporteur zelf, als hij in het NOS-journaal een contrast tussen privacy en bescherming schetst en vervolgens de voorkeur geeft aan bescherming. „Wat heb je aan privacy als je slachtoffer bent en ten prooi valt aan een mensenhandelaar? Dan wil je in de eerste plaats dat je beschermd wordt.” 

Deze opvatting is dominant bij de overheid. Privacy is een luxe. Ben je slachtoffer en heb je bescherming nodig, ben je patiënt of word je bedreigd met geweld, dan kun je je de luxe van de privacy niet permitteren. In een uitgave van het ministerie van VWS over het delen van gegevens in de zorg, E-health ‘zoveel meer dan alleen techniek’, werd een paar jaar geleden al geklaagd over de ‘privacy maffia’. Luid en duidelijk klonk de boodschap dat „privacy meer hordes opwerpt dan wenselijk”. „Hoe zieker een patiënt, hoe minder belangrijk privacyregels worden.”

In een interview met de Volkskrant zei het voormalige hoofd van de AIVD de discussie over privacy beu te zijn. „Ik vind bescherming van privacy ook uitermate belangrijk, maar zouden mensen die privacy als hoogste doel hebben dat net zo enthousiast nastreven als zij slachtoffer zijn van een aanslag?”

Privacyregels moeten kwetsbare groepen beschermen: Loes wil niet volledig in beeld. Beweer je dat privacy en bescherming in strijd met elkaar zijn, dan breng je niet alleen nieuwe, maar ook allerlei oude beschermingsconstructies in gevaar. Mensenrechten. Burgerrechten. Regels omtrent de anonimiteit van slachtoffers en getuigen. Het medisch beroepsgeheim.

Hulporganisatie Fier zegt tegen de NOS dat juist slachtoffers bezwaar maken tegen melding van hun zaak bij de overheid. „Ik schat dat nog maar een op de vijf slachtoffers akkoord geeft. Ze zien het voordeel niet direct.” Wil je ze in beeld krijgen, dan zul je ze dat voordeel dus moeten uitleggen. En dat lukt alleen als je hun gegevens niet met jan en alleman deelt en begrijpt wat bescherming van de persoonlijke levenssfeer betekent.

Alles bij de bron; NRC


 

Nog dit jaar wordt de nieuwe regeling voor de uitrusting en bewapening van boa’s opgesteld. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Nationale Politie, die tot voor kort nog een fel tegenstander was van bewapening van boa’s en andere handhavers. De visie is door het toenemende geweld tegen boa’s echter veranderd.

De besprekingen vonden vorige maand plaats onder leiding van minister Grapperhaus en resulteerden het afgelopen weekend in een gezamenlijke verklaring, dat boa’s bij het uitoefenen van bepaalde taken bewapend moeten worden.

Nederland heeft zo'n 23.500 boa's. Enkele honderden beschikken als uitzonderingsgevallen over een wapenstok, pepperspray of een vuurwapen. Zij werken bijvoorbeeld in een buitengebied of kunnen niet op back-up van de politie rekenen. Het toekennen van wapens als verdedigingsmiddelen maakt na de invoering van de nieuwe regels een einde aan die willekeur, stelt de BOA Bond.

Wat de bewapening van boa’s precies gaat inhouden, wordt binnenkort besproken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Eind dit jaar gaat ook een nieuwe wet in die het hinderen van hulpverleners strafbaar maakt en wordt dan de strafmaat verhoogd voor geweld tegen hulpverleners. Vooralsnog alleen hulpverleners in overheidsdienst. De beveiligingsbranche pleit er al een tijdje voor om ook particuliere beveiligers onder een speciale regeling te laten vallen, omdat veel van hen ook min of meer een publieke taak hebben. Bewapening is wat de beveiligingsbranche betreft niet aan de orde. 

Alles bij de bronnen; BeveilNieuws & NU


 

In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over apps die de chip van het paspoort kunnen uitlezen. Aanleiding voor de vragen van D66-Kamerlid Kees Verhoeven aan staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken is een artikel in het FD over smartphone-apps die via nfc de paspoortchip uitlezen.

Verschillende partijen waarschuwen in het FD dat apps om de paspoortchip uit te lezen een risico voor identiteitsfraude vormen. Maarten Wegdam, ceo van ReadID, stelt dat de QR-code de kans op identiteitsdiefstal vergroot, omdat een QR-code eenvoudiger is aan te passen dan een chip.

De apps hoeven daarnaast niet gecertificeerd te worden. Verhoeven wil nu van Knops van weten waarom hij certificering of toestemming voor het op de markt brengen van deze chiplezers niet nodig acht. Ook moet Knops duidelijk maken of deze apps een risico op identiteitsfraude met zich meebrengen en wat hij doet om de risico's te beperken. Tevens vraagt Verhoeven of de app-makers na het scannen van een paspoort zelf over de paspoortgegevens beschikken.

Alles bij de bron; Security


 

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha