45PNBANNER22
Gefaciliteerd door Burgerrechtenvereniging Vrijbit

Politie en Justitie

Politie plaatst twee keer onterecht privacygevoelig beeld op sociale media

De politie deelt regelmatig zelfgemaakte foto's en video's op sociale media, met als doel om mensen meer inzicht in het politiewerk te geven. In de beelden mag de politie echter geen informatie bekendmaken die direct of indirect te herleiden is naar een persoon. Sinds november 2017 staat op de website van de politie een formulier waarmee mensen die menen onterecht in beeld te zijn gebracht bezwaar kunnen maken.

Volgens Grapperhaus zijn sindsdien dertien verzoeken binnengekomen, waarvan de politie er acht in behandeling heeft genomen. In twee gevallen concludeerde de politie dat er inderdaad onterecht privacygevoelige informatie online was gezet. Deze berichten zijn verwijderd. De onderzoeken naar de overige zes gevallen lopen nog.

Journalisten van De Monitor vonden in de 163 filmpjes tot nu toe 31 gevallen waarin de politie onterecht te veel persoonsinformatie naar buiten bracht.

Alles bij de bron; NU


 

Apeldoornse agent deelde geheime info met vriendin

De 25-jarige politieagent Thomas H. uit Apeldoorn, in dienst als surveillant, mocht als één van de eerste agenten van het korps een werktelefoon proberen, waarmee hij kon inloggen op het politiesysteem. Met onder anderen zijn vriendin zocht hij vervolgens gevoelige informatie op over bijvoorbeeld zijn schoonmoeder.

De vrouw bleek wel eens in de gevangenis te hebben gezeten, dus dat kwam hard aan. Ook de ex van zijn vriendin werd eveneens nagetrokken net als haar zus en vader. H. bekende ook kentekens te hebben opgezocht van mensen die hij in het verkeer tegenkwam en van de buurman.

De zaak kwam aan het rollen toen zijn ex-schoonmoeder aangifte tegen hem deed. De politie legde hem al een voorwaardelijke, interne straf op met een proeftijd van twee jaar. Zijn baan raakte hij door deze kwestie niet kwijt.

De officier van justitie vond echter dat de zaak nog niet was afgedaan met de interne straf. ,,Het gaat hier over een lange periode waarin meneer informatie heeft gelekt. En hij heeft in die periode ook echt vaak informatie opgevraagd, konden we zien in de geschiedenis van de werktelefoon."

Alles bij de bron; deStentor [thnx-2-Mark]


 

Strafontslag voor FIOD-medewerkster die date en zijn familie checkte

Een rechercheur van de fiscale opsporingsdienst FIOD die de belastingdienstsystemen raadpleegde om haar date en zijn ouders tegen het licht te houden, heeft strafontslag gekregen. Volgens de rechtbank Oost-Brabant verzuimde de opsporingsambtenaar haar plicht en schond ze haar geheimhoudingsplicht.

De fiscaal rechercheur controleerde de financiële achtergrond van haar date en zijn familie afgelopen jaar in systemen van de Belastingdienst „omdat bij haar het vermoeden was gerezen dat deze persoon in fiscale zin niet zuiver op de graat was.” Aan weer een ander vriendje had de medewerkster informatie verstrekt over een lopend opsporingsonderzoek.

Tijdens haar opleiding had ze weliswaar gehoord dat het niet was toegestaan om uit nieuwsgierigheid een buurman te controleren in de systemen, maar de controle van haar aanstaande vriend deed zij „uit verantwoordelijkheidsgevoel voor haar werk.” Over het schenden van haar geheimhoudingsplicht tegenover een ander vriendje, vertelde de rechercheur dat dit gebeurde tijdens de eerste date bij haar thuis. „... De sfeer veranderde toen hij haar vragen begon te stellen over onderzoeken van de FIOD, aangezien ze had hem vooraf via Whatsapp had verteld wat voor werk ze deed, nadat ze hem via internet had ontmoet. „Omdat zij de man uit haar huis wilde hebben, heeft zij bevestigd wat hij toch al leek te weten.” De man lijkt met opzet gezocht te hebben naar contact met vrouwen die hem justitiële informatie konden verstrekken.

Alles bij de bron; Telegraaf


 

Politie Rotterdam gaat op ‘patsergedrag’ profileren

Wie in Rotterdam de miljonair wil uithangen, kan maar beter kassabonnen bij zich hebben. De politie is er een experiment gestart, waarbij dure spullen in beslag worden genomen als de gebruiker ervan niet kan bewijzen dat hij of zij er eerlijk aan gekomen is.

Agenten krijgen een speciale training om dure kleding en sieraden te herkennen bij jongeren, van wie verwacht wordt dat deze niet het daarbij behorende (legale) inkomen hebben. Sieraden en dure auto’s werden in het verleden ook al in beslag genomen, maar nu wil de politie zich ook op kleding en andere spullen gaan richten.

Overigens gebeurt inbeslagname altijd in nauw overleg met justitie. Een van de doelen van het experiment is ook het toetsen van de juridische haalbaarheid ervan.

Niet iedereen is enthousiast over het initiatief, de Rotterdamse Ombudsvrouw Anne Mieke Zwaneveld vindt de ‘Rolex’-controle te ver gaan. Wie een dure jas draagt, heeft dat volgens haar niet per definitie aan criminele activiteiten te danken. Dan zijn toch echt aanvullende aanwijzingen nodig, zei ze tegen RTV Rijnmond. Met het in beslag nemen van auto’s heeft zij minder problemen, omdat de aanvullende aanwijzingen dan eenvoudig te verkrijgen zijn. Ook is zij niet tegen het ‘plukken’ van criminelen, zolang maar voldoende duidelijk is dat het ook werkelijk criminelen betreft.

Alles bij de bron; BeveilNieuws


 

Verraden door je smartphone, digitaal "bewijs" rukt op in de rechtszaal

Een stappenteller die aantoont dat een verdachte van moord liegt. In de zaak tegen Mark de J., die deze week achttien jaar celstraf tegen zich hoorde eisen, kan het realiteit worden. De app op zijn iPhone telde 210 stappen in de periode dat De J. naar eigen zeggen kortstondig werd vastgehouden door een aantal mannen. Hij liegt, concludeerde het Openbaar Ministerie mede daarom. 

Het gebruik van de stappenteller als bewijs illustreert een trend in de opsporing. Die wordt steeds digitaler. Sterker nog, we zijn op het punt gekomen waar digitaal bewijs een vergelijkbare rol aanneemt als traditioneel bewijs, zei Hans Henseler onlangs tijdens zijn lectorale rede aan de Hogeschool Leiden. Dat biedt volgens de lector Digital Forensics & E-Discovery veel kansen. Maar het roept ook vragen op als: wordt dat bewijs wel op waarde geschat?

Neem die stappenteller. Apple zelf erkent dat die helemaal niet zo accuraat is en ook stappen kan tellen als een telefoon heen en weer wordt gezwaaid. Het OM voert het toch op als bewijs tegen de ontkennende De J.. Terecht? Henseler: “Je moet er altijd rekening mee houden dat de informatie niet klopt of onvolledig is. Daarom is het lastig het als waterdicht bewijs te zien. Maar ik denk dat het zeker een bijdrage kan leveren aan het formuleren van nieuwe scenario’s of het ontkrachten van een alibi.”

Nog zoiets uit de zaak De J.: zijn google-gedrag. Het OM reconstrueerde dat hij voorafgaand aan de moord via Google zocht naar termen als ‘messteek in hals’ en ‘dodelijke messteek’. Reden voor het OM om De J. te vervolgen voor moord in plaats van doodslag, omdat er sprake zou zijn van voorbedachte rade.

Maar hoe serieus moet je iemands online zoekgedrag nemen? Volgens de advocaat van de J. houdt het OM er te weinig rekening mee dat hij ook uit nieuwsgierigheid heeft kunnen zoeken. Er werden bovendien dik 7500 zoektermen teruggevonden op zijn apparaten en daar werden door de politie de 126 opvallendste uitgepikt. Alle context ontbreekt.

Volgens Henseler is het bekijken van de zoekgeschiedenis nog maar het begin op het gebied van digitaal sporenonderzoek. Zoektermen zijn sporen die achterblijven door bewust gedrag. Maar mensen laten inmiddels ook onbewust informatie los, aldus de lector. Een voorbeeld: veel smartphones zoeken de hele tijd naar wifi-signalen om te kijken of er een bekend netwerk in de buurt is waar automatisch contact mee kan worden gemaakt. Routers pikken die signalen op en slaan daarbij soms ook informatie over de zoekende smartphones op. Denk aan het unieke adres dat elke telefoon heeft, of de lijst met wifi-netwerken die bij het apparaat bekend zijn, het thuisnetwerk bijvoorbeeld.

“Ik kan me voorstellen dat er na een inbraak niet alleen wordt gezocht naar vingerafdrukken, maar dat ook wordt gekeken naar eventuele sporen op de router”, zegt Henseler. “Misschien had de inbreker zijn smartphone wel bij zich.”

Al betekent dat wel dat het aantal mensen met digitale kennis bij de politie moet worden uitgebreid, stelt de lector. Mede door het gebrek daaraan, wordt er nu nog vaak gekozen voor ‘ouderwetse’ opsporingsmethoden, zoals observeren. Terwijl het digitale onderzoek, iemands sociale mediagedrag analyseren bijvoorbeeld, met minder inspanning net zo relevante informatie kan opleveren.

En het tekort aan specialisten geldt voor de politie maar ook in de rechtbank zijn deskundigen nodig om digitale sporen op waarde te schatten en elkaar in de rechtszaal ‘scherp te houden’, stelt Henseler.

Zitten er grenzen aan wat de politie mag onderzoeken aan digitale sporen? Dat is onder meer een kwestie van proportionaliteit. Bij het doorzoeken van iemands telefoon is bovendien altijd toestemming nodig van de rechter-commissaris, bepaalde de Hoge Raad afgelopen april in een zaak tegen een drugssmokkelaar. Door het bekijken van alle contacten, de oproepgeschiedenis, berichten en foto’s in iemand telefoon ontstaat er volgens de Hoge Raad een ‘bijna compleet beeld’ van iemands persoonlijke leven, en dat mag niet zomaar.

Alles bij de bron; Trouw


 

Celstraffen geëist in zaken waarbij politie wapens via darkweb aanbood

In de rechtbank Rotterdam heeft een themazitting plaats gevonden waar verschillende verdachten voorkwamen die wapens via het darkweb hadden besteld. De wapens werden niet door een wapenhandelaar aangeboden, maar door de politie die de verdachten zo kon aanhouden. 

"De kopers waanden zich anoniem, maar het gebruik van het darkweb is geen garantie om anoniem te blijven", aldus het OM. Het Openbaar Ministerie stelt dat de politie diverse interventies pleegt om de anonimiteit van kopers en verkopers op het darkweb te ondermijnen. Zo hadden de verdachten die tijdens de themazitting voorkwamen niet in de gaten dat de verkopende partij politiemensen waren in plaats van wapenhandelaren.

De strafrechtelijke onderzoeken begonnen steeds op basis van informatie over één of meer verdachten die op het darkweb naar vuurwapens zochten. Vervolgens werd door een politiemedewerker contact onderhouden met de verdachten. Tijdens dit contact bestelden de verdachten een wapen al dan niet met munitie en werd er een ontmoeting gepland voor de overdracht. Na deze ontmoetingen, die vaak plaatsvonden in hotels en horecagelegenheden, werden de verdachten buiten door de politie gearresteerd.

Alles bij de bron; Security


 

Niet alles rondom overheidsspyware mag geheim blijven

Je zou het soms bijna vergeten, maar het hackvoorstel wacht nog altijd op behandeling in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel moet de politie de bevoegdheid geven om vanaf op afstand en in het geheim spyware op de computer van een verdachte te installeren. De politie mag dat soort software nu ook al gebruiken, maar mag die alleen installeren als zij fysiek toegang tot de computer heeft. De software mag dan wel alleen toetsaanslagen registreren. In de praktijk blijkt echter dat die software wel meer kan dan dat. Dat betekent dat de politie nu al spyware in huis heeft én beleid op papier heeft staan rondom de inzet daarvan.

Vandaag verschenen we samen met de juristen van de politie voor de rechters van de Raad van State. De politie heeft hoger beroep aangespannen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank in Amsterdam. Die had de politie op ons verzoek opgedragen veel meer informatie openbaar te maken. Omdat de politie die uitspraak niet wil opvolgen heeft zij hoger beroep aangetekend. Die weigering is helaas illustratief voor de houding van de politie in deze procedure.

Al tijdens eerdere zittingen lieten de rechters hun irritatie over de onwil en de gebrekkige medewerking van de politie duidelijk doorschemeren. Je zou denken, op een gegeven moment heeft de politie begrepen dat het verstandig is om te luisteren naar de rechters. Maar ook eind vorig jaar nog moest de politie erkennen dat “Bits of Freedom zich dan ook terecht op het standpunt stelt dat de korpschef van politie niet heeft voldaan aan de opdracht van de rechtbank Amsterdam.”

Het is duidelijk dat we in deze zaak niet op de politie kunnen rekenen voor een eerlijke afweging van alle belangen, inclusief het publieke belang van openbaarheid. Nee, wij wachten wel op de uitspraak van de rechter – die vermoedelijk binnen zes weken uitspraak doen.

Alles bij de bron; Bits-of-Freedom


 

Rejo Zenger dient klacht in bij politie om vloggende agent

Privacy-expert Rejo Zenger heeft namens burgerrechten-stichting Freedom Inc. een formele klacht ingediend bij de politie tegen de met zijn bodycam vloggende Almeerse wijkagent. Die heeft volgens Zenger online vertrouwelijke politiegegevens gepubliceerd.

 Politievlogger Jan-Willem, was de eerste zogenoemde politievlogger van Nederland. De wijkagent filmt zijn dagelijkse bezigheden en publiceerde deze beelden op Youtube. Het leeuwendeel van de beelden filmt hij met zijn bodycam, een kleine camera die door politieagenten op het lichaam wordt gedragen.

Uit onderzoek van zowel Zenger als NCRV- onderzoeksprogramma De Monitor bleek dat het zeer gemakkelijk is om adresgegevens van betrokken uit de vlogs te achterhalen. Hoewel de gezichten van slachtoffers en omstanders werden geanonimiseerd, worden stemmen niet vervormd en worden straatnaamborden of kentekennummers niet altijd vervaagt. Zo geven omgevingsbeelden genoeg informatie weg om woonadressen te achterhalen. 

Hiermee publiceren de vlogs gevoelige informatie en "lekt" hij politiegegevens, aldus Zenger. Indirect en per ongeluk geeft de politie hiermee adresgegevens op het internet vrij. 'Dat is best heftig als je melding doet van bijvoorbeeld huiselijk geweld. Burgers moeten er vanuit kunnen gaan dat de politie goed omgaat met persoonsgegevens, anders schaadt dat het vertrouwen in de politie.' 

De Monitor komt vrijdag met een uitgebreid verhaal over de personen die herleidbaar zijn in de politievlogs. Volgens datajournalist Jerry Vermanen van de KRO-NCRV hadden sommige mensen die ze hadden herleid en aangesproken, absoluut geen idee dat ze zo gemakkelijk herleidbaar waren of dat het incident überhaupt online stond. 'Er was hun door politievlogger Jan-Willem niet verteld dat het incident in een vlog zou verschijnen,' stelt Vermanen. 'Soms gaat het om verdachten, die nog niet veroordeeld zijn. Soms gaat het om slachtoffers, waarvan dan door de vlog bekend wordt dat ze de politie hadden gebeld. Dat zou niet moeten kunnen.' 

Alles bij de bron; Volkskrant