Maandagochtend, Den Haag. Ik kom aan bij de media-ingang van de Nuclear Security Summit (NSS). Een paar weken van tevoren had ik me al geregistreerd. Dat betekent: naam, adres, etcetera. Maar ook een brief van je hoofdredacteur, een scan van je perskaart, paspoort en een pasfoto. Allemaal -superhandig- alleen in png of jpg aan te leveren (ook die brief van je hoofdredacteur).

Maar goed, maandagochtend dus. Ik haal m’n perskaart op, en loop richting de security check. Daar moet ik vanaf een blauwe lijn richting een bewaker met camera lopen, die mijn gezicht registreert en matcht met de foto waaronder ik geregistreerd sta. Dan weten ze precies wie er in de veilige zone rondloopt, zeg maar...

Ik had natuurlijk niet de illusie dat mijn privacy iets zou betekenen tijdens de NSS. Maar dat je zo opzichtig geregistreerd wordt zodra je de poortjes doorloopt, was toch wel even slikken. De organisatie weet zo ongeveer ten allen tijde waar je bent.

Ook al omdat je als journalist na afspraken en persconferenties snel je stukjes moet tikken en naar je redactie moet mailen. Daarvoor heb je internet nodig, en uiteraard is er gratis wifi aanwezig. Een openbaar netwerk. Niet bepaald veilig. Ik had wel een VPN willen gebruiken, maar ze weten toch al dat ik hier zit.

De NSS was wellicht een gouden kans voor de veiligheidsdiensten om al die laptops en telefoons van die duizenden journalisten die op dat Wifi-netwerk zaten te infecteren. Misschien is het overdreven, maar je begeeft je wel in het hol van de leeuw, en je bent volledig afhankelijk van veiligheidsdiensten waarvan in het recente verleden is aangetoond dat ze geen moer geven om je privacy.

Alles bij de bron; Sargasso


Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha