De afgelopen tien jaar is hard gewerkt aan versterking van de positie van slachtoffers van criminaliteit in het strafproces. Dit heeft ertoe geleid dat de rechten van het slachtoffer binnen en buiten het strafproces zijn versterkt. Het slachtoffer is daarmee ook zichtbaarder geworden, en staat soms letterlijk in de schijnwerpers. Die zichtbaarheid heeft ook een keerzijde, want het kan leiden tot een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (hierna: privacy) van het slachtoffer.

Het moet voor een slachtoffer buitengewoon pijnlijk zijn om tijdens het strafproces ook nog eens het gevoel te hebben dat je privacy niet wordt gerespecteerd. Als minister voor Rechtsbescherming zie ik het als mijn taak om deze inbreuken zoveel mogelijk te beperken. In deze brief ga ik in op de acties die ik daarop heb ingezet en nog zal inzetten.

In deze brief ga ik in op de volgende aspecten van de privacy van slachtoffers:

I. Bescherming van privacy binnen het strafproces

A) Beschermen adresgegevens tegen kennisname door verdachte

B) Bescherming van medische gegevens als onderdeel van vordering benadeelde partij

C) Bescherming van privacy tijdens terechtzitting

II. Bescherming van privacy buiten het strafproces

D) Bescherming van privacy in voorlichting over strafzaken

E) Bescherming van privacy in de media

Alles bij de bron; RijksOverheid


 

De hoogleraren staatsrecht Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen) en Jon Schilder (Vrije Universiteit) merken dat juristen én handhavers zich ongemakkelijk beginnen te voelen bij de in de haast geschreven teksten van de noodverordening. Deze geeft verregaande bevoegdheden aan de 25 voorzitters die de veiligheidsregio’s leiden, de zogenaamde ‘superburgemeesters’. Zij worden tijdens deze crisis ook niet langer gecontroleerd door de gemeenteraad, maar staan in direct contact met het kabinet. Alleen de Tweede Kamer kijkt nog mee, op afstand.

In de handhaving loopt de politie voortdurend tegen twee tegenstrijdige rechten aan, zegt Brouwer, die specialist is op het gebied van de openbare orde. “Aan de ene kant moeten die voorzitters de gezondheid en het leven van de bevolking beschermen, aan de andere kant staat in de Grondwet het recht op privacy en het huisrecht beschreven.”

“Dat is nadrukkelijk benoemd. Wat in deze crisis gebeurt, is dus illegaal”, zegt Schilder. “Met het binnentreden van woningen en bedrijfsgebouwen worden het fundamentele recht op privacy en het huisrecht geschonden. Mocht je willen dat dit wél mogelijk moet zijn, dan moet het parlement de wet aanpassen.”

Er zijn volgens Brouwer uitzonderingen mogelijk, maar die zijn juridisch op het randje. 

Burgemeesters hanteren de noodverordening ook voor zaken die helemaal niets met corona van doen hebben. Burgemeester Peter Snijders van Zwolle verbiedt bijvoorbeeld de betoging van Pegida zaterdag bij een moskee, op grond van die noodverordening. Volgens Snijders geldt de regel dat je niet met meer dan drie personen mag samenkomen ook voor demonstraties. Volgens Brouwer is dat pertinent onjuist. “Zolang zij anderhalve meter afstand houden, mag er gewoon gedemonstreerd worden.”

Een burgemeester mag in een uitzonderlijk geval bijzondere bevoegdheden gebruiken die voor korte tijd van de wet afwijken. Ook in die gevallen geldt: je mag niet afwijken van de Grondwet. Dat gebeurt in de coronacrisis wél, en voor een langere periode waarvan op dit moment het einde nog niet in zicht is.”

Alles bij de bron; Trouw


 

De Nederlandse Staat gaat niet in beroep tegen het vonnis van de rechter over het risicoprofileringssysteem SyRI. 

SyRI is een systeem van het ministerie van Sociale Zaken waarin persoonsgegevens van Nederlandse burgers uit allerlei overheidsdatabases worden samengevoegd en geanalyseerd met de bedoeling om sociale zekerheids-, arbeids- en belastingfraude tegen te gaan. SyRI genereert op basis van de geanalyseerde data risicomeldingen, die tot verder onderzoek kunnen leiden.

Volgens een coalitie van maatschappelijke organisaties, waaronder Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, vakbond FNV, Stichting Privacy First, Stichting KDVP en de Landelijke Cliëntenraad en auteurs Maxim Februari en Tommy Wieringa, vormt het systeem een bedreiging voor de rechtsstaat en moet het uit de wet worden geschrapt.

De rechtbank zette de doelen van de SyRI-wetgeving, het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn, af tegen de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. Volgens de rechtbank voldoet de wetgeving niet aan de 'fair balance' die het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens vereist om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. SyRI mocht vervolgens niet meer als handhavingsinstrument worden ingezet.

"Ik heb het vonnis van de rechter bestudeerd en heb, na overleg met mijn collega's binnen het kabinet, besloten om niet in hoger beroep te gaan", zegt staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken. Van Ark wil een nieuw instrument ontwikkelen waarbij ze ook lering uit SyRI wil trekken. Hierbij zullen onder andere de Belastingdienst en het UWV worden betrokken.

Van Ark en minister Koolmees zullen later een visie op het uitwisselen van gegevens en privacy in het sociaal domein aan de Tweede Kamer presenteren.

Alles bij de bron; Security [Kamerbrief]


 

Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat het stelsel van maatregelen en procedures gericht op de bescherming van de poiitiegegevens, betrekking hebbende op de in de WPG genoemde artikelen, naar de stand van ultimo december 2018, in opzet, bestaan en werking niet of niet geheel heeft voldaan aan de vereisten, zoals genoemd in de WPG.

Het oordeel heeft betrekking op de zogenaamde verwerkingen genoemd in de WPG. Het hierbij gehanteerde normenkader omvat de door de politie te nemen maatregelen. Tekortkomingen op deze vlakken hebben uiteindelijk geleid tot het geformuleerde oordeel....

...Ondanks de verbeteractiviteiten die opgestart zijn vanuit het landelijk verbeterprogramma is de conclusie voor cyclus 3, periode 2015/2018, dat de politie niet of niet geheel voldoet aan de WPG. De WPG staat niet bovenaan de prioriteitenlijst van de Nationale Politie. Er is er nog steeds veel onbekendheid rondom de WPG en de WPG wordt soms, ondanks de essentie, als last gezien. ...

Uit het onderzoek komt naar voren dat Privacy en in het bijzonder meer attentie en aandacht zouden moeten krijgen, zeker nu de verwachting is dat burgers steeds meer vragen gaan stellen, ook op straat. Met de huidige aandacht in de samenleving voor privacy — mede door de inwerkingtreding van de AVG op 25 mei jl.— is het belangrijk om bewust om te gaan met het verwerken van politiegegevens.

Het verwerken van politiegegevens vormt het fundament van het bestaan van de politie. De betrouwbaarheid van de politie kan in gevaar komen wanneer er onvoldoende aandacht is voor het goed omgaan met gegevens. Structurele duideiijkheid en borging van de WPG in processen is noodzakelijk.

Alles bij de bron; RijksOverheid


 

Op 6 juni 2019 heeft uw Kamer de Minister voor Rechtsbescherming verzocht om een reactie te geven op de initiatiefnota ‘Menselijke grip op algoritmen’ van het lid van uw Kamer Middendorp...

...Om de voorstellen in de initiatiefnota te bespreken is het belangrijk om eerst duidelijk te maken wat het kabinet, zowel in algemene zin als in de context van de initiatiefnota, verstaat onder algoritmen en “Artificial Intelligence”. Zoals toegelicht in de brief “Transparantie van algoritmen in gebruik bij de overheid” is een algoritme in beginsel een set instructies om een bepaalde taak uit te voeren. Er bestaan verschillende typen algoritmen, het ene complexer dan het andere...

...Wanneer systemen intelligent gedrag vertonen en op basis daarvan met een zekere zelfstandigheid acties ondernemen, noemen we dit artificiële intelligentie (hierna: AI). Waar wij in deze reactie het begrip algoritmen gebruiken, valt AI hier dus onder.

Het kabinet ziet dat bepaalde risico´s voor de menselijke grip op algoritmen zich voordoen bij alle soorten algoritmen, bijvoorbeeld wanneer er foute informatie in een systeem wordt ingevoerd. Het kabinet wil echter ook benadrukken dat er specifieke risico’s zijn die zich voornamelijk voordoen bij meer intelligente systemen, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitlegbaarheid van uitkomsten. Met name bij het gebruik van neurale netwerken zien wij een risico omdat de output daarvan niet altijd goed verklaarbaar is..

...De initiatiefnota vraagt terecht onze aandacht voor de vraag of we wel voldoende menselijke controle over de inzet van algoritmen hebben en doet een aantal interessante voorstellen om deze controle te bestendigen of vergroten. In algemene zin kunnen wij ons in verregaande mate vinden in de door de indiener voorgestelde oplossingen. Het gebruik van algoritmen kan immers naast positieve ook negatieve effecten op de samenleving hebben. De overheid heeft dan ook de taak om er zorg voor te dragen dat Nederland zowel de economische en maatschappelijke kansen van algoritmen verzilvert als de publieke belangen die daarbij in het geding kunnen zijn, borgt.

Hiermee volgt Nederland de Europese aanpak voor ‘mensgerichte AI’.6 Deze ethische benadering van AI moet het vertrouwen van burgers in digitale ontwikkeling versterken en is een unieke propositie voor Europa om zich internationaal mee te onderscheiden in de markt voor AI-toepassingen...

...Graag wijzen wij erop dat het AI-beleid van het kabinet is neergelegd in de stukken die op 8 oktober 2019 aan uw Kamer zijn gezonden, te weten het Strategisch Actieplan voor AI (SAPAI), de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over ‘AI, publieke waarden en mensenrechten’ en de brief van de Minister voor Rechtsbescherming over ‘waarborgen tegen risico’s van data-analyses door de overheid’ met de bijbehorende ‘Richtlijnen voor het toepassen van algoritmen door overheden’ (hierna: de richtlijnen).9 Met voorliggende brief, waarin ook de reactie van het kabinet op het onderzoeksrapport ‘Toezicht op algoritmegebruik door de overheid’ is opgenomen (zie hierna onder IV en Bijlage 2), wordt het AI-beleid van het kabinet op het terrein van het toezicht op AI verder ingevuld.

Alles bij de bron; RijksOverheid [brief, bijlage 1, 2, 3]


 

...Gebrek aan noodzaak en effectiviteit 

Met grote zorg heeft Privacy First kennisgenomen van het voornemen van de Nederlandse overheid om een contact-traceerapp te gaan inzetten ter bestrijding van het Corona-virus. De maatschappelijke noodzaak van een dergelijke app is tot op heden niet aangetoond. Ervaringen vanuit het buitenland laten bovendien zien dat aan het nut en de effectiviteit ervan ernstig kan worden getwijfeld. Mogelijk werken deze apps zelfs contra-productief, aangezien de inzet ervan tot schijnveiligheid leidt. Daarnaast wordt de meest kwetsbare doelgroep (ouderen) met dit middel nauwelijks bereikt. Alleen al om deze redenen zou van de inzet van “Corona apps” moeten worden afgezien. 

Surveillance maatschappij 

Privacy First ziet het gebruik van dergelijke apps als een gevaarlijke ontwikkeling, aangezien dit kan leiden tot talloze onterechte verdenkingen, stigmatisering, onnodige onrust en paniek. Zelfs “geanonimiseerd” kunnen de gegevens uit dergelijke apps via koppeling alsnog tot individuele personen herleid worden. Bij grootschalig gebruik leidt dit tot een surveillance maatschappij waarin iedereen geobserveerd en geregistreerd wordt en men zich voortdurend gemonitord waant, met een maatschappelijk chilling effect tot gevolg.

Privacy by design 

Het recht op anonimiteit in de openbare ruimte is een klassiek grondrecht en cruciaal voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Een democratisch besluit tot opheffing hiervan is onacceptabel. Mocht alsnog besloten worden tot grootschalige inzet van “Corona apps”, dan dient dit dus strikt anoniem, tijdelijk en op zuiver vrijwillige basis te gebeuren. Met individuele toestemming vooraf zonder enige vorm van druk, volledig geïnformeerd en voor een legitiem, specifiek doel. Privacy by design (het inbouwen van privacybescherming in de techniek) dient daarbij leidend te zijn.

Alles bij de bron; Persbericht [pdf]


 

Op de aanpak van het kabinet tot corona-apps te komen werd al breed kritiek geuit maar nu onthult de NOS dat ook de veiligheidsdiensten ongerust zijn. De diensten hebben het ministerie van Volksgezondheid vorige week gewaarschuwd dat er veel te haastig gewerkt wordt, aldus de NOS.

Afgelopen donderdag bezorgden de diensten een brief van vijf pagina’s bij het ministerie. Daarin stond beschreven waarop moest worden gelet met het oog op de nationale veiligheid. Vooral de haast van het ministerie zorgde voor ergernis. Binnen een paar weken wilde minister De Jonge een werkende corona-app hebben, maar dat noemden de veiligheidsdiensten verre van realistisch. “Dat snapt iedereen die iets met computerbeveiliging doet”, aldus een bron van de NOS.

De veiligheidsdiensten stellen dat er in de praktijk te weinig is gekeken naar waar de apps vandaan komen en data wordt opgeslagen. Volgens een bron van de NOS is met het advies niet gedaan.

Eerder vandaag uitte ook de Autoriteit Persoonsgegevens forse kritiek op de ontwikkeling van de apps. Het is onduidelijk of de privacy van gebruikers voldoende beschermd wordt en ook daarbij is de informatievoorziening slecht. 

Alles bij de bron; Joop


 

Subcategorieën

Abonneer je nu op onze wekelijkse nieuwsbrief!
captcha